Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.10.0
1.10.0 Introductie
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268569:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld art. 2:9, 2:129/2:239, 2:140/ 2:250 en 2:117/227 BW. Het BW kent wel de “feitelijk beleidsbepaler”, zie art. 2:138/248 zevende lid BW. Voor het bepalen van de aansprakelijkheid als bedoeld in deze artikelen kan “degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder”, aan een bestuurder worden gelijkgesteld. Hoewel een persoon die onder dit artikel met succes aansprakelijk is gesteld zowel onder het BW als de Wft zal kwalificeren als “feitelijk beleidsbepaler”, heeft dit begrip in de financiële toezichtregelgeving een ruimere strekking (zie par. 1.10.1).
Art. 3:9, eerste lid, 4:10, eerste lid en 5:29, tweede lid Wft, art. 10, eerste en tweede lid Wtt 2018, art. 106, eerste en vierde lid Pw, art 110c, eerste en vierde lid Wvb en art. 23h, eerste en tweede lid Wwft.
Art. 3:8, eerste lid, 4:9, eerste lid en 5:29, eerste lid Wft.
Art. 3:8, eerste lid, 3:9, eerste lid, 4:9, eerste lid en 4:10, eerste lid Wft, art. 10, eerste en tweede lid Wtt 2018 en art. 23h, eerste en tweede lid Wwft.
Art. 3:8, eerste lid en 3:9, eerste lid Wft.
Art. 3:99, eerste lid en 3:100, eerste lid onder a Wft. Zie ook art. 10, derde lid, Wtt 2018 en art. 23h, vierde lid Wwft (houders van een gekwalificeerde deelneming).
De belangrijkste actoren bij de uitvoering van personentoetsingen zijn de financiële instellingen, de externe toezichthouders, en - uiteraard - de personen die aan de toetsing kunnen worden onderworpen. Deze laatste groep wordt in deze studie ook wel aangeduid als “te toetsen personen” of “toetsbare personen”.
Financiële instellingen
De term “financiële instellingen” wordt in dit proefschrift gebruikt voor het aanduiden van de instellingen die in deze studie worden geschaard onder de Nederlandse financiële sector en waarvoor een wettelijk systeem van personentoetsingen geldt, een en ander zoals toegelicht in paragraaf 1.8. Een overzicht van de bedoelde instellingen is opgenomen in Tabel 2.1. De term financiële instellingen heeft in deze studie dus een andere, ruimere betekenis dan de in art. 1:1 van de Wft neergelegde definitie. Ook is het begrip ruimer dan het in ditzelfde artikel gedefinieerde begrip “financiële onderneming”. Immers, ook trustkantoren en pensioenfondsen en andere niet door de Wft gereguleerde entiteiten worden in dit proefschrift onder de term “financiële instelling” begrepen.
De verschillende soorten of typen financiële instellingen, zoals banken, verzekeraars, beleggingsondernemingen, betaalinstellingen en pensioenfondsen, worden in dit proefschrift ook wel aangeduid als “sectoren”.
Toezichthouders
Met “externe toezichthouders” wordt in deze studie gedoeld op de vier voor Nederland relevante toezichthouders in de financiële sector: de AFM, DNB, ESMA en de ECB. De toevoeging “extern” is opgenomen ter onderscheiding van de interne toezichthouders, zoals leden van een raad van commissarissen (zie hierna). DNB en de AFM zijn “de Nederlandse toezichthouders”. Toezichthouders in de verschillende lidstaten worden wel aangeduid als nationale competente autoriteiten (NCA’s), nationale bevoegde autoriteiten of, eenvoudig, als nationale toezichthouders.
Te toetsen personen (doelgroepen)
Het definiëren van de verschillende groepen te toetsen personen (ook wel: doelgroepen) is een stuk minder gemakkelijk. Voor het afbakenen van de groep toetsbare personen wordt in het financieel toezichtrecht gebruik gemaakt van een eigen begrippenkader, dat afwijkt van de in het ondernemingsrecht gehanteerde termen “bestuurder”, “commissaris”, of “aandeelhouder.”1 In plaats daarvan wordt gesproken van personen die het beleid bepalen of medebepalen,2 personen die het dagelijks beleid bepalen,3 personen die toezicht houden op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming,4 personen die een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de beleidsbepalers en verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden5 en houders van een verklaring van geen bezwaar die op grond van de gekwalificeerde deelneming het beleid van de onderneming zullen bepalen of medebepalen of zullen kunnen bepalen of medebepalen.6
De groep toetsbare personen kan zo in zes, elkaar deels overlappende categorieën worden verdeeld, te weten (1) beleidsbepalers en medebeleidsbepalers, (2) dagelijks beleidsbepalers, (3) interne toezichthouders, (4) leden van het tweede echelon, (5) houders van interne controlefuncties, en (6) houders van een gekwalificeerde deelneming.
Deze begrippen worden hierna toegelicht.