Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.7.4.2
6.7.4.2 Het eventueel opgenomen zijn van een tekst over een gelijkwaardig recht op grond van art. 2:320 BW in geval van een juridische fusie van levensverzekeraars waarbij sommige polishouders een recht op maatschappijwinstdeling hebben
1
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949856:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5.7 voor een bespreking van dit onderwerp.
DNB Toelichting 2019, p. 14-17.
(1) Staatscourant 2 december 2004, nr. 233 met Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. als verkrijgende rechtspersoon: ““De voorgenomen overgang van levensverzekeringsactiviteiten brengt geen enkele wijziging in de voorwaarden waaronder de overeenkomsten van levensverzekering zijn aangegaan. De polissen blijven dus onverminderd van kracht (met dien verstande dat voorzover (rechts-)personen specifieke rechten jegens Avéro Levensverzekering Benelux N.V. hebben, als bedoeld in artikel 2:320 Burgerlijk Wetboek, aan hen gelijkwaardige rechten jegens Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. worden toegekend.)”.(2) Staatscourant 10 mei 2005, nr. 88 met Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. als verkrijgende rechtspersoon: “De voorgenomen overgang van levensverzekeringsactiviteiten brengt geen enkele wijziging in de voorwaarden waaronder de overeenkomsten van levensverzekering zijn aangegaan. De polissen blijven dus onverminderd van kracht (met dien verstande dat voorzover (rechts-)personen specifieke rechten jegens Levob Levensverzekering N.V. hebben, als bedoeld in artikel 2:320 Burgerlijk Wetboek, aan hen gelijkwaardige rechten jegens Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. worden toegekend.)”.(3) Staatscourant 21 juli 2009, nr. 11027 met SRLEV N.V. als verkrijgende rechtspersoon: “De voorgenomen overgang brengt geen enkele wijziging in de voorwaarden waaronder de overeenkomsten van levensverzekering zijn aangegaan. De polissen blijven dus onverminderd en ongewijzigd van kracht, met dien verstande dat aan polishouders die jegens SRLEV recht hebben op een aandeel in het bedrijfsresultaat een gelijkwaardig recht jegens Zwitserleven, na statutenwijziging ter gelegenheid van de juridische fusie genaamd: SRLEV N.V., wordt toegekend, een en ander zoals omschreven in het fusievoorstel. Het fusievoorstel is neergelegd ten kantore van het handelsregister gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam te Amsterdam en ten kantore van het handelsregister gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Noordwest-Holland te Alkmaar.”
Het gaat hier om een gelijkwaardig recht dat op grond van de regeling van de juridische fusie (zoals opgenomen in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek) wordt toegekend aan polishouders die recht hebben op maatschappijwinstdeling. Art. 2:320 BW bepaalt dat hij die, anders dan als lid of aandeelhouder, een bijzonder recht heeft jegens een verdwijnende rechtspersoon, in geval van een juridische fusie een gelijkwaardig recht moet krijgen in de verkrijgende rechtspersoon, of schadeloosstelling. De besturen van de te fuseren rechtspersonen moeten een voorstel tot fusie opstellen (art. 2:312 lid 1 BW). Dit voorstel tot fusie moet ook vermelden welke rechten of vergoedingen ingevolge art. 2:320 BW worden toegekend aan degenen die anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de verdwijnende rechtspersonen (art. 2:312 lid 2 sub c BW).
De te fuseren rechtspersonen moeten vervolgens op grond van de regeling van de juridische fusie zoals opgenomen in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een advertentie plaatsen in een landelijk verspreid dagblad om (kort gezegd) aan te kondigen waar de fusiestukken geraadpleegd kunnen worden (art. 2:314 lid 3 BW). Er moeten in geval van een juridische fusie van verzekeraars dus niet alleen advertenties worden gepubliceerd op grond van de Wet op het financieel toezicht, maar ook op grond van het Burgerlijk Wetboek. Het is niet gebruikelijk dat er in de advertentie die op grond van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt geplaatst, wordt gerefereerd aan de procedure die ten aanzien van dezelfde juridische fusie van verzekeraars op grond van de Wet op het financieel toezicht wordt gevolgd.
Maar het omgekeerde gebeurt wel in het geval dat bij de juridische fusie aan polishouders van de verdwijnende rechtspersoon met een recht op maatschappijwinstdeling op grond van art. 2:320 BW een gelijkwaardig recht jegens de verkrijgende rechtspersoon wordt toegekend. Het is namelijk gebruikelijk om, in het geval dat op grond van de regeling van de juridische fusie een gelijkwaardig recht wordt toegekend aan polishouders die jegens de verdwijnende rechtspersoon recht hebben op maatschappijwinstdeling, in de advertentieteksten die op grond van art. 3:119 lid 1 Wft worden geplaatst (dus: de advertenties over het voornemen tot overdracht), uiteen te zetten dat er aan bepaalde polishouders een gelijkwaardig recht wordt toegekend. De noodzaak om dit te doen komt naar mijn mening voort uit de hierboven vermelde tekst van de voorbeeldpublicaties van DNB2 waarin staat vermeld: “De voorgenomen overdracht brengt geen enkele wijziging in de voorwaarden waaronder de overeenkomsten van levensverzekering zijn aangegaan. De polissen blijven dus onverminderd en ongewijzigd van kracht.” In het geval dat aan bepaalde polishouders een gelijkwaardig recht wordt toegekend, conform het bepaalde in art. 2:320 BW zoals opgenomen in de regeling van de juridische fusie, klopt immers strikt genomen deze mededeling in de advertentietekst niet en behoeft deze nuancering. Indien polishouders eventueel de inhoud van het gelijkwaardig recht willen bestuderen, moeten zij het voorstel tot juridische fusie raadplegen.
Dergelijke zinsneden over de toekenning van een gelijkwaardig recht heb ik aangetroffen in de advertenties op grond van art. 3:119 lid 1 Wft (en voorlopers daarvan) van meerdere belangrijke levensverzekeraars.3 Zoals hierboven beschreven worden deze advertenties door de overdragende levensverzekeraar geplaatst in de Staatscourant en (tot nu toe in de praktijk meestal:) drie landelijk verspreide dagbladen.
Een dergelijke mededeling over het toekennen van een gelijkwaardig recht wordt dus geplaatst in de advertenties op grond van art. 3:119 lid 1 Wft, waarin tevens wordt vermeld dat de polishouders het recht hebben om zich te verzetten tegen de overgang van de polissen naar de verkrijgende rechtspersoon. De polishouders kunnen de toekenning van een gelijkwaardig recht dus betrekken in hun overwegingen om al dan niet bij DNB uit hoofde van de Wet op het financieel toezicht verzet aan te tekenen tegen de overgang van de polissen.