Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/5.6.3:5.6.3 Geen perpetuatio fori'
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/5.6.3
5.6.3 Geen perpetuatio fori'
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS435531:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aard van art. 9 sub b Rv, een uitzonderlijke bevoegdheidsbepaling ter voorkoming van `déni de justice', verzet zich mijns inziens tegen onverkorte toepassing van het beginsel van perpetuatio fori. Volgens dit beginsel wordt voor het bepalen van de rechtsmacht uitsluitend acht geslagen op de feiten en omstandigheden ten tijde van het inleiden van de procedure.1 Strikte toepassing van dit beginsel voor het forum necessitatis leidt ertoe dat voor de vraag of een procedure in het buitenland onmogelijk is alleen rekening wordt gehouden met feiten en omstandigheden ten tijde van het inleiden van de procedure bij een Nederlandse rechter. Doet er zich na de inleidende dagvaarding een noodsituatie in het buitenland voor, dan kan hiermee in de loop van de procedure geen rekening worden gehouden. Dat is uiterst onwenselijk. Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een situatie die onder art. 9 sub b Rv kan worden gebracht, kan daarom als peildatum gelden het tijdstip waarop de rechterlijke beslissing wordt genomen. Mitsdien is het in het kader van art. 9 sub b Rv gerechtvaardigd om een uitzondering te maken op het beginsel van perpetuatio fori. Dit geldt mijns inziens ook voor het relatieve forum necessitatis in art. 9 sub c Rv.2