Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/7.2.3
7.2.3 De relativiteit van wettelijke normen
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284530:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Bloembergen 1965, p. 172; Lankhorst 1992, p. 117-132; Den Hollander 2016, p. 109-112.
Bloembergen 1965, p. 172. Zie ook Di Bella 2014, p. 125. Zie verder bijv. R.J.B. Schutgens in zijn annotatie onder HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409, JB 2019/187 (Schietincident Alphen a/d Rijn) onder 7.
Den Hollander 2016, p. 141-142.
HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409, AB 2020/1, m.nt. C.N.J. Kortmann (Schietincident Alphen a/d Rijn).
Beide arresten komen hierna in 7.4.2.2 uitvoerig aan de orde.
Asser/Sieburgh 6-IV 2019, nr. 129.
419. De zoektocht naar doel en strekking van een geschreven norm wordt in de literatuur in de regel gezien als een kwestie van wetsuitleg.1 Bloembergen noemt als relevante gezichtspunten de inhoud van de betrokken wettelijke regeling, de wetsgeschiedenis, het systeem van de wet, de redelijkheid van het met de uitleg verkregen resultaat en – hoewel volgens mij geen uitleggezichtspunt – de ernst van de gevaren waartegen de centraal staande norm wil beschermen.2 Door sommigen is betoogd dat de rechter zich bij die uitleg enkel moet laten leiden door de wettekst en de wetsgeschiedenis. Den Hollander meent dat de tot die bronnen beperkte uitleg ieder geval geldt voor de vaststelling van het hiervoor besproken beschermingsdoel. Dat doet volgens hem recht aan de rolverdeling tussen wetgever en rechter. Er moeten volgens hem ter handhaving van het primaat van de wetgever in ieder geval positieve aanwijzingen uit die bronnen blijken dat de schade onder het beschermingsdoel valt. Ten aanzien van de beschermingsomvang heeft de rechter vervolgens wel ruime uitlegvrijheid.3
420. De Hoge Raad heeft zich er – anders dan door te wijzen naar doel en strekking van de norm – niet expliciet over uitgelaten hoe de relativiteit van geschreven normen moet worden vastgesteld. Hij beperkt zijn relativiteitsonderzoek in ieder geval niet tot klassieke uitleginstrumenten als de wettekst en de wetsgeschiedenis. De Hoge Raad overweegt bijvoorbeeld in het Duwbak Linda-arrest ter rechtvaardiging van zijn relativiteitsoordeel onder meer dat aanvaarding van relativiteit zou leiden tot aansprakelijkheid jegens een onbeperkte groep van derden. Verder overweegt de Hoge Raad dat de eigenaar van het door de overheid gecontroleerde schip in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is. De overheid is, zo begrijp ik de passage, slechts secundair dader. De wetstekst en -geschiedenis is dus voor de Hoge Raad niet leidend of doorslaggevend. Ook in het Schietincident Alphen a/d Rijn-arrest4 spelen wetsgeschiedenis en de wettekst wel een rol, maar komen ook andere gezichtspunten aan de orde.5 De Hoge Raad wijst ter onderbouwing van zijn oordeel dat de geschonden norm wel strekt tot bescherming van de slachtoffers van het schietincident op de algemene gestrengheid van de daarin centraal staande Wet Wapens en Munitie (WWM). Deze overwegingen wijzen erop dat de rechter volgens de Hoge Raad bij de zoektocht naar de relativiteit van alle hem ter beschikking staande uitleginstrumenten gebruik mag maken en hem ook daarbuiten vallende instrumenten ter beschikking staan. De Hoge Raad verduidelijkt niet om welke instrumenten het in dat laatste geval gaat en hoe, en in welke mate, zij een rol spelen.
421. Sieburgh meent op basis van de jurisprudentie van de Hoge Raad dat de vaststelling van de relativiteit meer is dan alleen uitleg. Zij noemt als relevante gezichtspunten naast het oogmerk van de wetgever die blijkt uit (positieve) aanwijzingen in de parlementaire geschiedenis en het systeem van de wet, ook de aard van het geschonden belang (bedrijfsschade vs. personenschade of derving levensonderhoud), de aard van de aansprakelijkheid (primaire aansprakelijkheid of afgeleide aansprakelijkheid), de (on)bepaaldheid van de groep potentieel benadeelden, de actuele maatschappelijke context, voortgeschreden inzichten en redelijkheid.6