De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/7.2:7.2 De relativiteit van wettelijke normen, van ongeschreven normen en van rechtsinbreuken
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/7.2
7.2 De relativiteit van wettelijke normen, van ongeschreven normen en van rechtsinbreuken
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284578:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
396. In deze paragraaf onderzoek ik allereerst kort hoe de relativiteitsleer tot stand is gekomen en welke visie de wetgever en de ontwerpers van het BW op die leer hebben gehad. Vervolgens komt aan de orde hoe de Hoge Raad de leer op dit moment toepast. Daarna bespreek ik hoe de literatuur tegen het leerstuk aankijkt. Ten slotte komt (kort) de bestuursrechtelijke relativiteitsleer van art. 8:69a Awb aan bod.
7.2.1 Kort overzicht van de totstandkoming van de relativiteitsleer en visie wetgever7.2.2 De huidige invulling van de relativiteitsleer: algemeen7.2.3 De relativiteit van wettelijke normen7.2.4 De relativiteit van de rechtsinbreuk en van ongeschreven normen7.2.5 De bestuursrechtelijke relativiteit ex art. 8:69a Awb7.2.6 Tussenconclusie