De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/7.5:7.5 Naar consistente verhouding tussen de relativiteit en de redelijke toerekening
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/7.5
7.5 Naar consistente verhouding tussen de relativiteit en de redelijke toerekening
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284621:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
500. In de vorige paragraaf kwam aan de orde waarom de relativiteitsleer en de redelijke toerekeningsleer in de huidige benadering volgens mij niet goed werken. Het is daarom nu tijd te onderzoeken hoe die leerstukken zo kunnen worden ingevuld dat zij duidelijk van elkaar afgebakende leerstukken met eigen toepassingscriteria vormen. Deze invulling en afbakening heeft uiteraard alleen nut als daardoor casus conform de wet consistenter kunnen worden opgelost dan in het huidige systeem. Om die reden bespreek ik hierna in §7.5.1 allereerst of de belangrijkste bestaande voorstellen om de leerstukken met elkaar te verenigen daaraan voldoende tegemoet komen en passen binnen het huidige wettelijke stelsel. Vervolgens onderbouw ik in §7.5.2-7.5.3 hoe die verhouding en invulling er volgens mij uit zou moeten zien in het licht van het wettelijk systeem en de hierboven tegen het huidige systeem geuite bezwaren. Vervolgens toets ik in §7.5.3 mijn theorie ter controle van de beoogde consistentie aan de hiervoor besproken casus Barneveld/Gasunie, Duwbak Linda en Schietincident Alphen a/d Rijn. Als die kwesties zich consistenter laten oplossen, vormt dat een eerste bewijs dat de theorie een verbetering is. In hoofdstuk 8 komen vervolgens tal van andere (besluitenaansprakelijkheids)kwesties aan de orde ter toetsing van de werkbaarheid van de gevonden afbakening. Als die casus zich ook consistenter laten oplossen vormt dat een verdere onderbouwing van mijn theorie.
501. Ik kan binnen het bestek van dit boek de invulling en afbakening niet uitputtend toetsen aan, of uitwerken voor, andere algemene civielrechtelijke aansprakelijkheidskwesties. Dat zou dus reden zijn voor een nader onderzoek. Er is volgens mij wel reden om voorshands aan te nemen dat de gevonden theorie ook daar dienst kan doen. Dit onderzoek integreert het besluitenaansprakelijkheidsrecht immers volledig in het algemene civiele recht. Als de theorie de besluitenaansprakelijkheidskwesties consistent op weet te lossen is er daarom voorshands voldoende reden aan te nemen dat de theorie ook daarbuiten dienst kan doen.
7.5.1 Belangrijkste bestaande voorstellen7.5.2 De relativiteit als beperkend instrument of als fundering van aansprakelijkheid?7.5.3 Naar een consistente en wetssystematische verhouding tussen relativiteit en redelijke toerekening