Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/1.5:1.5 Opbouw van het onderzoek
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/1.5
1.5 Opbouw van het onderzoek
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362944:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Allereerst wordt aandacht besteed aan bepaalde aspecten van het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en het douanerecht (zie hoofdstuk 2). In dat kader komen de verschillende methoden van belastingheffing, besluiten op aanvraag en de bestuurlijke boeten aan bod en de wijze waarop een belanghebbende tegen fiscale besluiten op kan komen. Vervolgens wordt het systeem van het douanerecht naast het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht gezet. Daarna wordt aandacht besteed aan grondbeginselen binnen het Unierecht (Unierechtelijke beginselen) en het relatieve karakter en de functies van deze beginselen (hoofdstuk 3). Vervolgens wordt de doorwerking van Unierechtelijke beginselen onderzocht (hoofdstuk 4). Het kenbaarmakingsbeginsel wordt met de algemene kennis uit de eerdere hoofdstukken in kaart gebracht in hoofdstuk 5 en hier wordt ook de reikwijdte van dit beginsel onderzocht. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat er geen met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginselen zijn. Aansluitend wordt aandacht besteed aan de codificatie van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel in het Handvest en het DWU. Daarna komt het beperken van beginselen aan de orde (hoofdstuk 6). Eerst vanuit een theoretisch kader en vervolgens wordt bezien welke omstandigheden een rol kunnen spelen bij het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel. Hierbij zal worden onderzocht of het mogelijk is een omstandighedencatalogus voor het kenbaarmakingsbeginsel op te stellen. Vervolgens wordt onderzocht wanneer schending van het kenbaarmakingsbeginsel gevolgen kan hebben en welke gevolgen mogelijk zijn (hoofdstuk 7). Hierbij wordt het ‘andere afloop’-criterium voor het vernietigen van bezwarende besluiten bestudeerd. Hierna wordt nagegaan hoe verschillende onderdelen van het kenbaarmakingsbeginsel voorkomen in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht (hoofdstuk 8). Daarbij wordt bekeken in hoeverre het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht voldoet aan het kenbaarmakingsbeginsel. Vervolgens wordt bezien welke beperkingen van het hoorrecht het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht kent en of deze beperkingen schendingen op kunnen leveren van het kenbaarmakingsbeginsel. Ook wordt onderzocht welke gevolgen in Nederland kunnen worden verbonden aan schendingen van het hoorrecht. Ten slotte wordt in het laatste hoofdstuk de onderzoeksvraag beantwoord (hoofdstuk 9). Daarbij begin ik met een samenvatting van de hoofdstukken 2 tot en met 7. Vervolgens beantwoord ik het eerste deel van de onderzoeksvraag door deze samenvatting te koppelen aan de bevindingen van hoofdstuk 8. Hiermee wordt een overzicht gegeven van verschillen en overeenkomsten tussen het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht en de uitgangspunten en criteria die het kenbaarmakingsbeginsel stelt. Vervolgens wordt het tweede deel van de onderzoeksvraag beantwoord. Bij het bespreken van de wijze waarop het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht kan worden ingericht, zodat het in lijn is met de uitgangspunten en criteria die het kenbaarmakingsbeginsel stelt, zullen aanbevelingen worden gedaan.