Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/22.2.2
22.2.2 Verbod om een bevoegdheid te misbruiken
mr. dr. L.M. Koenraad, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. L.M. Koenraad
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Enige voorbeelden: ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2348, AB 2014/326, m.nt. W. den Ouden; CRvB 26 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX2797; HR 3 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:AN5655, AB 1998/241, m.nt. Th.G. Drupsteen.
Zie PG Awb II, p. 496-497: met het begrip ‘kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht’ (art. 8:75 lid 1 Awb) wordt hetzelfde bedoeld als misbruik van procesrecht. Nader bijv. M. Schreuder-Vlasblom, Rechtsbescherming en bestuurlijke voorprocedure, Deventer: Wolters Kluwer 2017, p. 1075-1076, met enige aansprekende voorbeelden.
Zie ABRvS 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129, AB 2015/93, m.nt. E.C. Pietermaat, Gst. 2015/33, m.nt. T. Barkhuysen & L.M. Koenraad, JB 2014/246, m.nt. J. Korzelius & Y.E. Schuurmans. Daarna heeft de jurisprudentie over misbruik van procesrecht door de burger een grote vlucht genomen.
Zie bijv. ABRvS 20 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR2299; CRvB 29 november 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3951. Vgl. ook bijv. CBb 30 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:114, AB 2017/176, m.nt. T. Barkhuysen & L.M. Koenraad.
T. Damsteegt, De voorzieningenrechter bestuursrecht, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2017, p. 144-145.
Bestuursorgaan
Het bestuursorgaan mag een bevoegdheid niet gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze is bedoeld, zo leren de beschouwingen over ‘fair play’ en het verbod van ‘détournement de pouvoir’ (artikel 3:3 Awb).1
Burger
Inmiddels staat buiten twijfel dat ook de burger zich jegens het bestuursorgaan integer moet gedragen (vgl. artikel 3:15 BW juncto artikel 3:13 BW en artikel 3:14 BW). De integriteitsplicht van de burger impliceert onder meer het verbod tot het uitsluitend procederen om a. er zelf financieel beter van te worden; b. anderen financieel te benadelen; en c. voorrang te krijgen ten opzichte van andere rechtzoekenden.2
Ad a. De burger stelt geen vraag om een antwoord te krijgen, maar in de hoop dat het bestuursorgaan zich in de vraag ‘verslikt’ en vervolgens proceskosten en/of dwangsommen moet vergoeden. Dit verschijnsel is (wellicht beter: was) vooral zichtbaar bij verzoeken om verstrekking van documenten.3
Ad b. De burger kiest niet voor een standpunt omdat hij denkt dat dit juridisch houdbaar is, maar slechts omdat hij daarmee een procedure kan traineren teneinde aldus een ander op kosten te jagen (‘tegen beter weten in’).4 Denk onder meer aan de situatie waarin de ene burger slechts verzoekt om handhavend optreden om een andere burger dwars te zitten (‘burenruzie over de rug van het bestuursorgaan’). Dit voorbeeld laat zien dat de integriteitsplicht ook een horizontale component heeft.
Ad c. De burger verzoekt niet om een voorlopige voorziening omdat hij daadwerkelijk een spoedeisend belang heeft, maar slechts omdat hij een snelle einduitspraak van de rechter wil forceren (artikel 8:86 lid 1 Awb).5
Consequenties
Wie niet voldoet aan zijn integriteitsplicht – lees: misbruik maakt van het recht om bij de bestuursrechter te procederen – moet er rekening mee houden dat de bestuursrechter zijn beroep niet-ontvankelijk verklaart en hem veroordeelt tot vergoeding van de proceskosten die het bestuursorgaan heeft gemaakt (artikel 8:75 lid 1 Awb).