25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/11.1:11.1 Inleiding en vraagstelling
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/11.1
11.1 Inleiding en vraagstelling
Documentgegevens:
prof. mr. L. Damen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. L. Damen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gedurende 25 jaar Awb heb ik geschreven over burgerbeelden. Lang voelde ik mij een roepende in de woestijn. Al schrijvende heb ik mij zelf uitgeput, letterlijk en figuurlijk. Veel nieuws over burgerbeelden heb ik dus niet meer te melden.1
Het draait om een feitelijk en een normatief burgerbeeld, dus in de werkelijkheid en als ambitie. Daarbij versta ik onder een burgerbeeld de perceptie door wetgever, openbaar bestuur, bestuursrechter en anderen van wat redelijkerwijs van een gewone burger verwacht mag worden in zijn relatie met het openbaar bestuur.
Tegenover een burgerbeeld staat een bestuursbeeld. Onder een bestuursbeeld versta ik de perceptie door wetgever, openbaar bestuur, bestuursrechter en gewone burger van wat redelijkerwijs van het openbaar bestuur verwacht mag worden in zijn relatie met die burger. Niet alleen burgers, maar ook wetgever, beleidsmakers, bestuursorganen en bestuursrechters hebben daarover bepaalde verwachtingen.
In mijn VAR-preadvies ‘Is de burger triple A: alert, argwanend, assertief, of raakt hij lost in translation?’ heb ik verdedigd dat wetgevers, beleidsmakers, bestuursorganen en bestuursrechters uitgaan van het burgerbeeld van de triple A burger: alert, argwanend, assertief.2 Verder heb ik verdedigd dat dit burgerbeeld niet realistisch is en dat het zou moeten worden gekanteld. Een stelling met deze strekking is op de VAR-jaarvergadering op 18 mei 2018 met 67% van de stemmen aangenomen (n>100).
Doordat wetgevers, beleidsmakers, bestuursorganen en bestuursrechters niet uitgaan van een realistisch burgerbeeld, komen burgers regelmatig in ernstige problemen. Dit brengt ons bij de centrale vraag. Van welk burgerbeeld gaan wetgever, beleidsmakers, bestuursorganen en bestuursrechters uit? Moet er niet een nieuw, realistischer burgerbeeld voor de Awb komen?
Vaak gaat het om een impliciet burgerbeeld. Soms worden de impliciet gehanteerde burgerbeelden in de literatuur benoemd. Ik bespreek hierna enkele opvallende burgerbeelden, zoals de Awbmens en de Wmo-mens.