Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/11.4
11.4 Responsief bestuur?
prof. mr. L. Damen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. L. Damen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook NTB-special 2018/5.
D. Allewijn, ‘Het rapport “De praktijk van de nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht”’, NTB 2016/29, p. 222.
M. Scheltema, ‘Bureaucratische rechtsstaat of responsieve rechtsstaat?’, NTB 2015/37, p. 287-289.
Scheltema 2018, p. 122.
M. Scheltema, ‘De rechtsstaat’, in: J.W.M. Engels e.a., De rechtsstaat herdacht, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1989, p. 11-25, hier p. 20-22. Ook herhaaldelijk bepleit door Raymond Schlössels en mij zelf.
Inmiddels is het al mogelijk om een driedaagse ‘course’ te volgen in ‘responsief beleidsonderzoek’: ‘dat wil zeggen dat onderzoekers beleid niet slechts controleren, maar input leveren gedurende de gehele beleidscyclus en actief de dialoog aangaan met beleidsmakers’. U vraagt, wij draaien?
B.J. van Ettekoven & A.T. Marseille, Afscheid van de klassieke procedure in het bestuursrecht? (Handelingen NJV, 2017-1), Deventer: Wolters Kluwer 2017, p. 139-263, hier p. 179-187.
Sinds enige tijd duikt het begrip responsieve rechtsstaat op.1 Allewijn plaatst de herkomst hiervan bij Nonet en Selznick.2 Volgens Scheltema is een responsieve rechtsstaat een ‘rechtsstaat, waarin de burger ervaart dat het bij de rechtsstaat om hem te doen is. In de rechtsstaat is de overheid een dienende overheid.’3 In 2018 schrijft Scheltema dat een responsieve rechtsstaat zich richt ‘op de burger zoals die echt bestaat’.4 Scheltema houdt een pleidooi voor minder bureaucratie en minder werken volgens de regels, voor het centraal stellen van de burger, voor meer procedurele rechtvaardigheid, voor meer differentiatie/maatwerk in de benadering van de individuele burger. Die burger moet ook ervaren dat niet het systeem, maar de burger centraal staat.
Dit responsieve bestuursbeeld komt overeen met het al lang bestaande bestuursbeeld van de dienende/dienstbare overheid.5 Als responsieve rechtsstaat moderner klinkt en in Den Haag meer handen op elkaar krijgt, ga ik er maar even aan voorbij dat responsief een nieuw juichwoord is, misschien nog net geen plastic woord als ‘governance’. Zolang we maar niet de responsieve burger ontdekken?6
Van groot belang is dus van welk bestuursbeeld wordt uitgegaan. Zo wordt tegenwoordig regelmatig de loftrompet gestoken van de informele aanpak in de bezwaarprocedure: eerst bellen, ‘prettig contact’ enzovoort. Ik vraag mij regelmatig af: wat wordt er in dat telefonisch contact precies besproken? Wordt een bezwaarmaker door een werkelijk dienende, ‘responsieve’ functionaris altijd benaderd als de burger om wie ‘het te doen is’, wiens bedoelingen en belangen centraal staan, of wordt ook wel geprobeerd de bezwaarde af te praten van het doorzetten van zijn bezwaar? Is dit ‘even bellen’ niet een groot zwart gat, zeker als adequate verslaglegging ontbreekt?
In hun NJV-preadvies komen Van Ettekoven en Marseille met het succesverhaal van het ‘oplossingsgerichte maatwerk in Gouda’, maar zij vragen zich terecht af of dit niet een witte raaf is. De werkelijkheid blijkt weerbarstig, de juridische kwaliteit loopt sterk uiteen.7 Wordt al met al bij het enthousiasme over ‘prettig contact’ niet uitgegaan van een te zonnig, te responsief bestuursbeeld?