De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.2.1.5:6.2.1.5 De Wet op het basisonderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.2.1.5
6.2.1.5 De Wet op het basisonderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949365:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 1984, 2.
Artikel 195 van de Wpo (Stb. 1998, 228).
Kloosterman 1982, deel I, p. 19.
Advies Onderwijsraad van 4 november 1976, nr. O.R. III/88069 LO (Kamerstukken II 1976/77, 14 428, nr. 4 (bijlagen bij de memorie van toelichting), p. 72-103).
Artikel 47 van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1984, 2).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1985 werd de Lager onderwijswet uit 1920 vervangen door de Wet op het basisonderwijs (Wbo).1 De Wbo bestaat nog steeds, deze wet wordt sinds 1998 aangeduid als de Wet op het primair onderwijs (Wpo).2 Uit het doel van het basisonderwijs, dat is beschreven in de Wbo, blijkt het belang dat door de wetgever werd gehecht aan de aansluiting van het basisonderwijs op het voortgezet onderwijs. In dit doel was, en is nu nog steeds, opgenomen dat het basisonderwijs mede de grondslag legt voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs.3 Dit betekende volgens de wetgever niet dat de aansluiting met het voortgezet onderwijs de inhoud van het basisonderwijs zou moeten bepalen.4 Deze bepaling was voornamelijk bedoeld als plaatsbepaling van het basisonderwijs in het gehele onderwijsstelsel.5 Het basisonderwijs zou een zelfstandige positie moeten innemen en niet belast moeten worden met een selectiefunctie voor het voortgezet onderwijs.6
Kloosterman stelt terecht dat de aansluiting tussen het basis en voortgezet onderwijs wordt gecompliceerd door het feit dat de basisschool en de school voor voortgezet onderwijs organisatorisch los van elkaar bestaande instellingen zijn die niet vanzelf een gelijk of een op elkaar afgestemd beleid zullen voeren.7 De aansluiting van het basisonderwijs op het voortgezet onderwijs werd daarnaast gecompliceerd door de categorale indeling van het voortgezet onderwijs. Om de aansluiting van het basisonderwijs op het voortgezet onderwijs te verbeteren, adviseerde de Onderwijsraad om in het basisonderwijs verschillende minimumniveaus in te stellen die corresponderen met de verschillende ingangsniveaus van het voortgezet onderwijs.8 Deze niveaus zouden per regio moeten worden bepaald door onderling overleg tussen het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Hiervoor is in de Wbo niet gekozen omdat de wetgever het basisonderwijs niet wilde belasten met een selectiefunctie voor het voortgezet onderwijs.9 De wetgever had als doel om het moment van studiekeuze voor een bepaald niveau van voortgezet onderwijs te verschuiven naar een later tijdstip dan het moment waarop de leerling overgaat van het lager onderwijs naar het voortgezet onderwijs. Om de aansluitingsproblematiek tussen het basisonderwijs en voortgezet onderwijs op te lossen, was een herbezinning op de eerste fase van het voortgezet onderwijs volgens de wetgever onontbeerlijk.10 De wetgever was zich ervan bewust dat de Wbo geen definitieve oplossing bood voor de problematiek omtrent de aansluiting van het basisonderwijs op het voortgezet onderwijs.11 Wel werd beoogd een verbetering ten opzichte van de destijds geldende situatie te bewerkstelligen.
Samenwerking tussen scholen voor basisonderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs werd onder de Wbo aangemoedigd. In het schoolwerkplan diende een school voor basisonderwijs te vermelden welke betrekkingen ze onderhield met scholen voor aansluitend voortgezet onderwijs.12 Met deze bepaling werd beoogd om vruchtbaar overleg tussen scholen voor voortgezet en basisonderwijs te stimuleren.13 Ook werd in de Wbo mogelijk gemaakt dat vertegenwoordigers van het basisonderwijs en het speciaal onderwijs een gezamenlijk overlegorgaan oprichten om de samenwerking tussen die scholen te bevorderen ten aanzien van de toelating van leerlingen en de inrichting van het onderwijs.14