Inhoudsopgave
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/2.4.2:2.4.2 Rechtspraak 1905-1992
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/2.4.2
2.4.2 Rechtspraak 1905-1992
Documentgegevens:
Jacqueline Broese van Groenou, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
Jacqueline Broese van Groenou
- JCDI
JCDI:ADS391962:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor deze periode zijn in totaal 134 uitspraken geselecteerd. De 42 gepubliceerde uitspraken van de Hoge Raad zijn allemaal bestudeerd en worden besproken in de par. 2.4.2.1-2.4.2.7. Van de 42 uitspraken van hoven en de 51 uitspraken van rechtbanken en kantongerechten is een selectie gemaakt van acht uitspraken waarin de rechtsverhouding centraal stond. Die uitspraken worden besproken in par. 2.4.2.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste helft van de twintigste eeuw beleefde de stedelijke erfpacht een aanzienlijke groei. Toen vanaf de jaren zestig de grondwaarden gingen stijgen ontstonden conflicten over canonverhoging en wijziging van de erfpachtvoorwaarden. Deze ontwikkelingen vonden hun weerslag in de erfpachtjurisprudentie van de Hoge Raad. Daarnaast werd vanaf het einde van de jaren veertig gewerkt aan een nieuw Burgerlijk Wetboek en wierpen de voorgestelde veranderingen in de erfpachtregels hun schaduwen vooruit in de rechtspraak. Vanaf de jaren zeventig wordt in de rechtspraak meer aandacht besteed aan de rechtsverhouding tussen erfverpachter en erfpachter, mede als gevolg van de vraag naar de zakelijke werking van erfpachtvoorwaarden.1 Na een korte bespreking van het arrest Blaauboer/Berlips (par. 2.4.2.1) komen uitspraken aan de orde die bepaalde begrippen verduidelijken (par. 2.4.2.2) en uitspraken over de omvang van het erfpachtrecht (par. 2.4.2.3). Ook in deze periode speelde het onderscheid tussen zakelijke en persoonlijke rechten een belangrijke rol (par. 2.4.2.4), onder meer bij de uitleg van art. 779 OBW (par. 2.4.2.5). Uiteraard komen uitspraken over de rechtsverhouding aan bod (par. 2.4.2.6) en over de werking van het verbintenisrechtelijke begrip goede trouw (par. 2.4.2.7). De bespreking wordt besloten met enige uitspraken van lagere rechters (par. 2.4.2.8) en een samenvatting van bevindingen (par. 2.4.2.9).
2.4.2.1 Arrest Blaauboer/Berlips 19052.4.2.2 Begripsverduidelijking2.4.2.3 De omvang van het erfpachtrecht2.4.2.4 Zakelijk of persoonlijk recht(svordering)2.4.2.5 Artikel 779 OBW2.4.2.6 De rechtsverhouding2.4.2.7 Werking van de goede trouw2.4.2.8 Lagere rechtspraak 1905-19922.4.2.9 Samenvatting rechtspraak 1905-1992