Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.6.5:9.4.6.5 Douane Wetboek van de Unie
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.6.5
9.4.6.5 Douane Wetboek van de Unie
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258760:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
M. Perrick, P. Vander Schueren & M. Neville, ‘First Sale’ Under Severe Pressure in the EU, Practical Trade & Customs Strategies 3(6), p. 13–15.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 70 DWU betreft de implementatie van artikel 1 CVA en is qua bewoordingen gelijk aan artikel 3 Verordening (EEG) nr. 1224/80 en artikel 29 CDW. In artikel 70 DWU is zodoende vervat dat de douanewaarde, wanneer deze overeenkomstig de transactiewaarde wordt vastgesteld, de werkelijk betaalde of te betalen prijs is van de goederen die zijn verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie. In artikel 128 UDWU is bepaald welke verkoop in aanmerking genomen moet worden voor de vaststelling van de transactiewaarde bij opeenvolgende verkopen. Zoals in de onderdelen hiervoor is toegelicht (i.h.b. onderdeel 9.4.2), blijkt uit dit artikel dat de transactiewaarde moet worden bepaald op basis van de verkoop die onmiddellijk voordat de goederen het douanegebied van de Europese Unie zijn binnengebracht, heeft plaatsgevonden. De keuzevrijheid voor de aangever om een transactie uit een van de opeenvolgende verkopen voor uitvoer te kiezen als basis voor de vaststelling van de douanewaarde wordt hiermee ontegenzeggelijk beperkt. Dit is echter niet in lijn met de arresten Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster en Carboni e derivati Srl van het Hof van Justitie. Op de vraag of dit juridisch houdbaar is ga ik in onderdeel 9.4.6.6 nader in.
De reden dat de Europese Commissie heeft besloten tot afschaffing van het first-sale principe houdt verband met:1
De noodzaak om een duidelijke en simpele basis te introduceren voor de waardering van ingevoerde goederen. In dat kader is de Europese Commissie van mening dat het last-sale principe het makkelijker maakt voor douaneautoriteiten om informatie te verifiëren.
Het last-sale principe is in lijn met Commentary 22.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO.
Het voorkomen van discriminatie van het midden- en kleinbedrijf dat ten opzichte van multinationale ondernemingen vaak geen verbonden partijen heeft in de transactieketen, wat vaak een voorwaarde voor toepassing van het first-sale principe blijkt te zijn.
Het voorkomen van verschillen tussen de douanewaarde en het bedrag dat in de boeken van de importeur staat.
Op de eerste drie argumenten wordt nader ingegaan in onderdeel 9.6. Kortgezegd kan tegen het eerste argument worden ingebracht dat douaneautoriteiten ook bij de toepassing van het first-sale principe de juridische mogelijkheid hebben om informatie te verifiëren. Tegen het tweede argument kan worden ingebracht dat Commentary 22.1 van de WDO juridisch niet-bindend is en de CVA ruimte lijkt te bieden aan WHO-leden om een first-sale principe toe te passen. In zoverre is dit argument dus niet steekhoudend. Ten aanzien van het derde argument kan worden opgemerkt dat uit onderzoek, zoals wordt besproken in onderdeel 9.6, blijkt dat de discriminatie tussen het midden- en kleinbedrijf en multinationale ondernemingen in de praktijk meevalt. Het vierde argument, tot slot, lijkt mij niet doorslaggevend in het maken van een overweging om het first-sale of last-sale principe toe te passen en is ook feitelijk niet juist. Bij de toepassing van het last-sale principe kan de douanewaarde en het bedrag dat in de boeken van de importeur verschijnt alsnog verschillen als zich een situatie voordoet zoals genoemd in artikel 128, lid 2, UDWU of wanneer in een ABCD-transactie D als importeur optreedt en de verkoop B-C als laatste verkoop voor uitvoer wordt aangemerkt.2 In elk van voornoemde voorbeelden hoeft de importeur niet noodzakelijkerwijs de (ver)koper van de goederen te zijn, waardoor de douanewaarde en het bedrag in de boeken van de importeur alsnog kan verschillen.