Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.9.2
5.9.2 Ratio optie belaste levering
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291650:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 3, p. 8 en 16, S. Cnossen, ‘BTW en onroerend goed’, WFR 1995/399, B.G. van Zadelhoff, ‘Placebo erger dan de kwaal; reparatiewetgeving BTW en overdrachtsbelasting’, WFR 1995/841, S. Cnossen, ‘VAT Treatment of Immovable Property’ in: V. Thuronyi (ed.), Tax Law Design and Drafting (volume 1), International Monetary Fund 1996, p. 239, Van Zadelhoff, noot bij HR 28 juni 2000, nr. 35.465, BNB 2000/332, D.B. Bijl, M.E. van Hilten en D.G. van Vliet, Europese BTW en Nederlandse omzetbelasting, Deventer: Kluwer 2001, p. 259, S. Cnossen, ‘A Proposal to Improve the VAT Treatment of Housing in de European Union’ in: R. de la Feria (ed.), VAT Exemptions. Consequences and Design Alternatives, Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2013, p. 245.
MvT, Kamerstukken II 1977/78, 14 887, nr. 3, p. 21 en D.B. Bijl, De heffing van omzetbelasting ten aanzien van onroerend goed (diss.), Deventer: Kluwer 1990, p. 228-229.
L. Wolfsbergen, 'BTW- en overdrachtsbelastingheffing na de wetsaanpassingen', WPNR 1997/6287, p. 699 en D.B. Bijl, Onroerend goed omzetbelasting en overdrachtsbelasting, Deventer: Kluwer 1998, p. 61-63.
In de richtlijnhistorie is niets te vinden omtrent de ratio van de optie voor een belaste levering. Dat is ook logisch, omdat het Voorstel voor een zesde richtlijn niet in een optie voor een belaste levering voorzag (zie paragraaf 5.2). Lidstaten hebben het niettemin wenselijk geacht om in (thans) art. 137 lid 1, onderdeel b Btw-richtlijn de mogelijkheid op te nemen dat belastingplichtigen de keuze hebben om de levering van een oud gebouw aan btw-heffing te onderwerpen. Deze uitzondering op de vrijstelling voor de levering van oude gebouwen vindt haar rechtvaardiging in het beginsel van de fiscale neutraliteit. Zij beoogt namelijk cumulatie van btw-heffing en (daarmee) concurrentieverstoringen te voorkomen.1 Dit is niet los te zien van het recht op btw-aftrek en de herziening daarvan (zie hoofdstuk 8).2 Het opteren voor een belaste levering kan voor de leverancier (en zijn afnemer) met name in de volgende twee situaties van belang zijn:
het oude gebouw wordt geleverd binnen de voor dit gebouw geldende herzieningsperiode;
de verkoper heeft aanzienlijke kosten gemaakt om het oude gebouw op te knappen zonder dat hierdoor een nieuw gebouw is ontstaan.3
In de paragrafen 5.9.2.1 en 5.9.2.2 wordt nader ingegaan op het belang van het opteren voor een belaste levering in deze situaties. Het opteren voor een belaste levering heeft echter ook tot gevolg dat er voor de koper een nieuwe herzieningsperiode gaat lopen. Bij de vraag of het opteren voor een belaste levering in een concreet geval wenselijk is, zullen daarom ook de belangen van de afnemer moeten worden meegewogen. In paragraaf 5.9.2.3 wordt op die belangen nader ingegaan. In paragraaf 5.9.2.4 wordt ten slotte een alternatief geschetst voor de huidige optieregeling in art. 137 lid 1, onderdeel b Btw-richtlijn.
5.9.2.1 Belang optie belaste levering oud gebouw binnen herzieningsperiode5.9.2.2 Belang optie belaste levering oud gebouw buiten herzieningsperiode5.9.2.3 Belang optie belaste levering voor de afnemer?5.9.2.4 Optie voor overname herzieningsverplichtingen?