Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/9.7.2.1:9.7.2.1 Fixatie van de verklaring in een monoloog
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/9.7.2.1
9.7.2.1 Fixatie van de verklaring in een monoloog
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijk aspect van de Nederlandse procescultuur dat samenhangt met het gebrek aan onmiddellijkheid is de fixatie van verklaringen, wat te herleiden valt tot de continentale, inquisitoir getinte procestraditie.1 De Amerikaanse rechtsgeleerde Arthur Rosett, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw de Nederlandse procespraktijk heeft bestudeerd vanuit Anglo-Amerikaans perspectief, wees erop dat de Anglo-Amerikaanse stijl van procederen meer is gericht op het aan het licht brengen van inconsistenties, terwijl deze in het Nederlandse strafproces juist worden verbloemd. Hij verwoordt dit als volgt.
‘The Dutch aim appears to be a ‘reality’ described in a more definite, dry, dispassionate manner than the common law lawyer would think possible. Statements by defendants, witnesses, and judges have rather black-and-white, cut-and-dried tone, stripped of most conflict and strong emotion. In an American court it is expected that a witness’ testimony will take on a different tone and emphasis on direct and cross-examination and that uncertainties, confusions and inconsistencies will develop. (...) The common law process tends to emphasize problems of interdeterminacy and ambiguity as well as issues of credibility. The fact-finder or other trial observer is constantly reminded for the need for evaluation, interpretation and probing for truth. The Dutch system seems to have more confidence that truth can be written down in a formal statement. (...) The judge, who has power to convict and punish, is, like the prosecutor, divorced from the raw evidence as much as possible. His major sources of information are excepted to be the files.’2
Ondanks de veranderingen die zich sinds de jaren zeventig hebben voltrokken in het Nederlandse strafproces, is deze beschrijving nog steeds actueel. De afstand van de rechter tot de oorspronkelijke bronnen (ofwel het ‘ruwe’ bewijsmateriaal) is nog altijd groot. Weliswaar is de dominantie van het dossier enigszins verminderd in de zin dat vaker dan voorheen getuigen ter terechtzitting worden gehoord, de schriftelijke vorm is nog steeds heersend. Door opname van verklaringen in het dossier worden zij als het ware bevroren ten behoeve van het gebruik in een volgend stadium van het stafproces. Met de vastlegging op schrift wordt de verklaring als het ware gefixeerd. Dit proces van fixatie is onder meer gelegen in omzetting van mondelinge naar schriftelijke vorm waarbij de verklaring wordt ontdaan van emotie en in zakelijke bewoordingen wordt opgetekend en tegenstrijdigheden of nuances naar de achtergrond verdwijnen. Het wordt echter versterkt door de traditionele wijze van verslag leggen in de vorm van een monoloog. Als het gaat om de wijze van verslag leggen laat de praktijk inmiddels wel de nodige variatie zien, maar de heersende vorm als het gaat om de verklaring van getuigen is in doorsnee zaken nog steeds de zakelijke samenvatting in de vorm van een monoloog.3 De monoloog is overigens niet typisch Nederlands. We treffen deze bijvoorbeeld ook aan in Duitsland en Italië. In Frankrijk is enkele jaren geleden in de wet opgenomen dat verhoren verbatim (letterlijk) dienen te worden geregistreerd. En zelfs in Amerika vindt men een dergelijke manier van verbaliseren door de politie als het bijvoorbeeld gaat om het horen van getuigen op straat, maar daar worden dergelijke verslagleggingen niet voor het bewijs gebruikt. In het hoofdstuk 11 wordt uitgebreid ingegaan op de wijze van verslag leggen en de nadelen die aan het fixeren van verklaringen in de vorm van een monoloog zijn verbonden.