Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/9.7.2.4
9.7.2.4 Verificatoir beslisproces
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Otte 1998, p. 35. Zie ook Mols die in dit verband spreekt van de optimumhypothese en de nulhypothese. In de optimumhypothese geldt het onderzoek ter terechtzitting als zelfstandig onderzoek, waarbij er sprake is van een persoonlijke confrontatie van de rechter op zitting met het bewijsmateriaal, terwijl de nulhypothese uitgaat van het eindonderzoek als een meer formeel noodzakelijke bijeenkomst waar de rol van de rechter zich beperkt tot het toetsen van het voorlopig oordeel dat voorkomt uit het dossier (Mols 1989, p. 6).
Rosett 1972, p. 375.
Zie meer uitvoerig § 2.4.
Vgl. Pompe 1975a, p.46.
De dominantie van het dossier en het daarmee samenhangende gebrek aan onmiddellijkheid is ook op andere wijze van invloed op het rechterlijk beslisproces. Het onderzoek ter terechtzitting heeft in Nederland niet het karakter van een volwaardig onderzoek in de zin dat alle bewijs aldaar wordt geproduceerd. Integendeel, het is veeleer een formele bijeenkomst waarbij de rechter zich in belangrijke mate concentreert op het verifiëren van het bewijs dat in het dossier is neergelegd.1 Rosett constateert dat de grote rol die het schriftelijke bewijs inneemt, enigszins op gespannen voet staat met de functie van de rechter als onafhankelijk onderzoeker.2 Weliswaar biedt kennis van het dossier de rechter de mogelijkheid om zich op het onderzoek ter terechtzitting actief op te stellen, er bestaat wel een grote afhankelijkheid van het bewijs zoals gepresenteerd door het Openbaar Ministerie. De strategie die de rechter hanteert als het gaat om de vaststelling van de feiten is dan ook primair verificatoir van aard, in de zin dat hij in hoofdzaak controleert of de officier van justitie terecht de tenlastelegging uit het beschikbare bewijsmateriaal heeft afgeleid. Het redeneerproces is in beginsel top-down, waarbij het verhaal of de hypothese zoals neergelegd in de tenlastelegging het primaire aanknopingspunt vormt. Methodologisch bezien is het echter niet voldoende om in het dossier op zoek te gaan naar elementen die de hypothese ondersteunen. Het beslisproces dient ook te zijn gericht op falsificatie, hetgeen niet alleen inhoudt dat wordt gekeken naar de zich in het dossier bevindende ontlastende informatie maar ook dat onderzoek wordt verricht naar mogelijk andere verklaringen voor het in het dossier neergelegde belastende feitenmateriaal. Een dergelijk onderzoek kan bestaan uit een atomistische analyse van hoe het desbetreffende materiaal tot stand is gekomen, maar ook uit (aanvullend) onderzoek naar de waarschijnlijkheid van alternatieve hypothesen.3
Het probleem is dat de wijze waarop het onderzoek ter terechtzitting thans is vormgegeven, niet bepaald uitnodigt tot het doen van nader onderzoek. Op grond van artikel 315 Sv heeft de rechter de mogelijkheid om ambtshalve tot oproeping van (nieuwe) getuigen of deskundigen over te gaan en kan hij het bevel geven tot overlegging van stukken. Gebruikmaking van deze mogelijkheid heeft echter tot consequentie dat de zaak moet worden aangehouden en dat leidt bij veelvuldig gebruik van deze mogelijkheid tot langere doorlooptijden. Voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar de feiten bestaat maar zeer beperkt ruimte. Ook het uitvoeren van een atomistische analyse is niet vanzelfsprekend, omdat de rechter – zoals in volgende hoofdstukken nog duidelijk zal worden – niet in alle gevallen over de handvatten beschikt om deze op deugdelijke wijze uit te voeren. Het doen van eigen onderzoek is echter dé manier om de in de vorige paragraaf geschetste mechanismen van belief perseverance en confirmation bias tegen te gaan. De rechter-commissaris zou hierin een belangrijke rol kunnen spelen als onderdeel van zijn taak om te waken over de samenstelling van het procesdossier en de evenwichtigheid en volledigheid van het onderzoek. Het zoeken naar alternatieve scenario’s dient al zoveel mogelijk in het vooronderzoek plaats te vinden, maar ook op het onderzoek ter terechtzitting dient gekeken te worden of er mogelijk alternatieve verklaringen zijn voor de feiten zoals die in het dossier zijn neergelegd. Als deze toets niet op het onderzoek ter terechtzitting zelf geschiedt, dan kan de terechtzitting verworden tot een rituele aangelegenheid zonder inhoudelijke functie in het kader van de waarheidsvinding.4