Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.1.2:2.3.1.2 Concreet opgelegde straf niet van belang
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.1.2
2.3.1.2 Concreet opgelegde straf niet van belang
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859062:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ernst van het misdrijf wordt afgemeten aan de daarop in de wet gestelde maximumstraf. Dat brengt mee dat niet de concreet opgelegde straf maatgevend is, maar de wettelijke strafbedreiging.1 Voor de erflater is ook niet relevant welke straf wordt opgelegd. Voor de erflater gaat het om het gepleegde misdrijf.
In het Wetboek van Strafrecht zijn bijzondere bepalingen opgenomen voor sanctionering van jeugdigen. Zo beperkt artikel 77i Sr bijvoorbeeld de duur van jeugddetentie tot maximaal twee jaar. Is de jeugdige tijdens het begaan van het strafbare feit jonger dan zestien jaar dan is de duur verder beperkt, namelijk tot maximaal een jaar. Dat betekent dat bij toepassing van het strafrecht voor jeugdigen nooit een vrijheidsstraf van vier jaren kan worden opgelegd. Voor onwaardigheid doet dat niet ter zake. Hier wordt evenmin gekeken naar de concreet opgelegde straf.2