Morganatisch burgerschap
Einde inhoudsopgave
Morganatisch burgerschap 2019/7.4:7.4 Het Nederlanderschap: voorlopers, ontstaan, toepassing overzee en mankementen
Morganatisch burgerschap 2019/7.4
7.4 Het Nederlanderschap: voorlopers, ontstaan, toepassing overzee en mankementen
Documentgegevens:
mr. G. Karapetian, datum 16-12-2019
- Datum
16-12-2019
- Auteur
mr. G. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS181174:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
G.R. de Groot, ‘De geschiedenis van het Nederlandse nationaliteitsrecht in de negentiende eeuw’, in: A.M.J.A. Berkvens & T.J. van Rensch (red.), Wordt voor recht gehalden. Opstellen ter gelegenheid van vijfentwintig jaar Werkgroep Limburgse Rechtsgeschiedenis, Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, Maastricht 2005, p. 377; Mart Rutjes, ‘Useful citizens: Citizenship and democracy in the Batavian Republic, 1795-1801’, in: Joris Oddens, Mart Rutjes, Erik Jacobs (red.), The Political Culture of the Sister Republics, 1794-1806, Amsterdam University Press 2005.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Hoofdstuk II is stilgestaan bij de gevolgen die het christendom en het feodalisme hebben gehad op het (aardse) burgerschapsdenken. Het burgerschapsbegrip trad op de achtergrond en maakte plaats voor het christelijk burgerschap en de verhouding tussen leenman en leenheer zoals gebruikelijk in een feodaal stelsel. In het vorige hoofdstuk is het (ontstaan van het) Franse burgerschap besproken Daarbij is aandacht besteed aan de rol die de koning heeft gespeeld bij het herdefiniëren van de aubain in relatie tot de koning, met als gevolg dat er een definitie kwam van de aubain en de Franse burger in het gehele Franse koninkrijk. Opvallend is dat in het Franse erfrecht, waar het Franse burgerschapsbegrip zijn oorsprong lijkt te vinden, er verschillende beloningsaspecten zijn te bespeuren met betrekking tot het Franse burgerschap. Zo kon immers alleen de Franse burger rechtens erven. In geval de overledene louter niet-Franse burgers als nabestaanden naliet, kwam de erfenis in de handen van de koning. Pas na de Franse Revolutie werd een poging gedaan om een uniform Frans burgerschap in te richten en nader in te vullen, zoals blijkt uit Hoofdstuk VI. Deze lijn kan in beginsel ook worden ontwaard in de Nederlanden. Gedurende de jaren van het ancien régime was het de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die volkenrechtelijk optrad. Deze Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had geen eigen burgerschap.1 De ingezetenen van deze Republiek waren burgers van de verschillende steden die de Republiek rijk was. Een uniform burgerschap van de Republiek was er, met andere woorden, niet. Pas na de Bataafse revolutie in 1795 werden stappen ondernomen richting het opzetten van een uniform Bataafs burgerschap. Voordat in paragraaf 7.4.2 wordt ingegaan op de eerste stappen richting een uniform burgerschap in de Nederlanden, namelijk in de Bataafse Republiek, wordt hieronder kort ingegaan op de praktijk van het stadsburgerschap in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
7.4.1 Stadsburgerschap in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden7.4.2 Van stadsburgerschap naar Bataafs burgerschap7.4.3 Nederlanderschap an toekenning ervan overzee7.4.4 De stand van het huidige recht: het Nederlanderschap als ongedeeld burgerschap?