Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/6.20
6.20 Kamerbrief Dekker en Bussemaker over burgerschapsonderwijs 2017
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977414:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2016/17, 31293, nr. 353 (Kamerbrief van 7 februari 2017, 1120417/1136926).
Vgl. Boukema 1966 en Dresen 1949.
IvhO, Burgerschap op school. Een beschrijving van burgerschapsonderwijs en maatschappelijke stage, Utrecht: IvhO 2016, p. 3, zie: www.burgerschapindeschool.nl/onderwijsaanbod van Pro Demos (2017) voor de Docentendag 2018 (NVLM).
Benadering past in het nieuwe inspectietoezicht, Kamerstukken II 2015/16, 33905, nr. 10.
Vgl. Opinie, ´Commentaar, Onderwijspolitiek, Burgerschapskunde als schoolvak verdient extra impuls, juist nu´, NRC 10 november 2017.
H. Teunissen & R. Dam, ´Mbo moet les burgerschap beter doen. Bereid ook de mbo’er goed voor op zijn rol als deelnemer aan democratie´, Trouw Opinie 22 september 2017.
K. Dogterom, ‘Hoe gaan we verder? Stand van zaken rond het burgerschapsonderwijs op het MBÓ’, M & P 2017, 05, p. 16; Verhoeven e.a. 2017.
Kamerbrief van 8 februari 2018 over de erosie van de democratische rechtsstaat (Kamerstukken I 2017/18, 34775 V, nr. 52).
Daarin heeft Teunissen (NVLM) alle vertrouwen, nu een vakgenoot (A. Slob. W) minister is in kabinet-Rutte III vanaf 26 oktober 2017 (NVLM-Nieuwsbrief 29 oktober 2017); vgl. B. Pfeifer, ’Geef student stem bij lessen burgerschap’, Trouw 18 december 2019, p. 24.
Zie: J. Heijhuurs & K. Pattipilohy, ’Neutraal leraarschap bestaat niet. Waardenoverdracht van kennis is niet genoeg voor goed burgerschapsonderwijs’, Trouw 30 november 2017.
Vgl. Visser 2018.
Kamerbrief van 14 september 2017, 1250565.
NVLM, ´Burgerschapsagenda MBO´, M & P 2017, 06, p. 30; vgl. W. van der Meiden & D. van Riet, ’Naar echt economisch burgerschap in het mbo’, TEO 2021, 6, p. 4-9 en K. Dogterom, ’In het belang van de democratie! Burgerschapsonderwijs in het MBO’, M & P 2021, 06, p. 24-25.
M. Slagter, ´Goed burgerschapsonderwijs is persoonsvorming´, Trouw 22 juni 2018, p. 21.
Vecon-Nieuwsbrief van 10 juni 2018.
J. Hommel, ´Curriculum.nu, de tweede ronde´,TEO 2018, 4, p. 35, ’Curriculum.nu, en nu’, TEO 2019, 4, p. 10-13 en ‘Samenwerken’, TEO 2021, 2, p. 43.
‘Democratie: van wetenschap tot in de klas’, Collegereeks 2018/19, Den Haag: ProDemos 2018.
G. ten Dam 2018; vgl. K. Vossen, ´De staat van het burgerschapsonderwijs, Pro Demos collegereeks over burgerschap´, M & P 2019, 01, p. 11.
Ibid. 2018.
Vossen 2019, p. 11.
Burgerschapsagenda
Bij Kamerbrief bieden de bewindslieden Dekker (VVD) en Bussemaker (PvdA) in 2017 het inspectierapport Burgerschap op school aan.1 Hierin accentueert de inspectie het belang van het aanleren van basiswaarden van de democratische rechtsstaat die ons verbinden, zoals gelijkheid2, de vrijheid van geloof en meningsuiting en het recht op zelfbeschikking.3 Het rapport meldt het te weinig richting krijgen van het burgerschapsonderwijs, het te weinig voorzien van de inspectie van toezichtsgronden en het ontbreken van het curriculum.4 In lijn met Platform Onderwijs 2032 volgen er ‘specifiekere uitwerkingen’ van de doelen, zoals de kennis van het politieke bestel, de daaraan ten grondslag liggende democratische basiswaarden, de mensenrechten en de vaardigheden voor de conflicthantering. Burgerschap is nader te specificeren in de leerdoelen en in een kennisbasis burgerschap.5 De professionaliteit van docenten en de curricula burgerschap dienen herkenbaar te zijn: ‘liever een uitgewerkt Deltaplan dan een burgerschapsagenda’.6
Dogterom: verplichte kern van burgerschapsonderwijs mbo onduidelijk
Ook onder mbo-docenten bestaat behoefte aan een plan. Zo richt mbo-docent en TEO-redacteur Dogterom zich begin 2017 tot de minister met het verzoek om bevoegde leraren maatschappijleer op te leiden.7 De kennis, basiswaarden en principes van de democratische rechtsstaat moeten we overdragen, ‘zodat we op een vreedzame manier met verschillen kunnen omgaan, om de open samenleving te behouden’.8 Dat vraagt om een heldere formulering van de randvoorwaarden: ‘wat is de verplichte kern van burgerschapsonderwijs en wat behoort tot de vrije ruimte’.9 De minister wil geen extra eisen aan de mbo-docenten stellen, zoals een bevoegdheid voor de kennisonderdelen.10
Kanttekeningen: burgerschapsvorming prioritair
Enige kanttekeningen zijn op hun plaats. Ten eerste stel ik vast dat het gebruik van de term burgerschapsonderwijs in de Kamerbrief - in navolging van de Onderwijsinspectie - het vormingsgebied maar ten dele dekt. Beter ware te spreken van burgerschapsvorming, bestaande uit toerusting met democratische kennis, vaardigheden en houdingen voor goed burgerschap.11 Ten tweede valt de wens op van de regering om burgerschapsvorming een structurele plaats in de curricula te geven. De tijd lijkt inderdaad rijp voor een invulling van burgerschapsvorming op alle scholen in het funderend onderwijs.
MBO: burgerschapsagenda 2017
Bij Kamerbrief is de aangeklede Burgerschapsagenda mbo: een impuls voor burgerschapsonderwijs van de regering en de MBO-Raad in 2017 verschenen.12 Deze accentueert (a) de gewenste curriculumontwikkeling en doorlopende leerlijn, (b) professionalisering van docenten en (c) kwaliteitsborging. De NVLM onderschrijft de accenten, maar acht de agenda vrijblijvend: ‘Er moeten spijkers met koppen worden geslagen’.13
Vecon-Nieuwsbrief: versterking samenhang leergebied burgerschap
De Vecon-Nieuwsbrief (juni 2018) meldt de voortgang van de werkzaamheden van het ontwikkelteam mens & maatschappij, met de kerndoelen ‘oriëntatie op jezelf en de wereld’ (po), mens & maatschappij (vo) en de examenprogramma's aardrijkskunde, economie, filosofie14, geschiedenis, maatschappijleer/-kunde en -wetenschappen.15 De eerste vraag is hoe de samenhang van het leergebied burgerschap is te versterken. Een vervolgvraag is welke plaats levensbeschouwing in het leergebied mens & maatschappij inneemt.
Daarenboven signaleert Vecon-voorzitter Hommel het voorbijgaan door de ontwikkelaars bij het leergebied burgerschap aan praktische elementen als werkbaarheid en herkenbaarheid, maar stelt ook dat de Vecon hiervoor aandacht blijft vragen.16
ProDemos: de staat van het burgerschapsonderwijs 2018
In 2018 heeft ProDemos een viertal colleges georganiseerd over de staat van het burgerschapsonderwijs.17 Veel vragen hebben zich gesteld. ProDemos vraagt zich af of er meer aandacht moet komen voor de Nederlandse identiteit of dat scholen artikel 23 Gw hoog in het vaandel moeten houden.
Ten Dam: democratisch tekort/oefenplaatsen voor democratie gevraagd
Ten Dam ziet de vrijheid van onderwijs en de wet van 2005 als een kans voor goed burgerschapsonderwijs.18 ‘Desalniettemin blijkt uit het ICCS-onderzoek dat scholen ondermaats presteren. Tweedejaars leerlingen worden gebenchmarkt met leeftijdsgenoten uit 24 landen. Opvallend is dat bij ons het kennisniveau, het institutioneel vertrouwen, de stembereidheid en de acceptatie van gelijke rechten afhankelijk is van het schooltype. Vmbo-leerlingen scoren slechter dan in andere landen, waar deze spreiding minder significant is.’ Ten Dam koppelt dit aan een democratisch tekort. ‘Voormalige vmbo-leerlingen gaan minder vaak stemmen, waardoor het politieke belang om naar hen te luisteren minder groot is. De representativiteit van het parlement komt hierdoor in het geding. De scholen doen te weinig ten opzichte van de benchmark om het burgerschapsniveau te verbeteren. De schoolleiders zien ‘te weinig democratische oefenplaatsen. De politieke cultuur staat ver van het ideaal af’.19 Scholen scoren goed op het aanleren van kritische denkvaardigheden en het geven van eigen mening (ICCS-resultaten).20 De NVLM hanteert dit resultaat als vertrekpunt ter verbetering van het burgerschapsniveau en accentueert nog de ongehoorzame burger, de politieke invloed en het debat.21