Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.6.1
2.6.1 Belasting op het niveau van de icbe
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193543:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Uitgaande van een belegger die over zijn rendement in de icbe belast wordt. Als de belegger vrijgesteld is, leidt dit niet tot dubbele heffing (want er wordt maar één keer belast) maar tot een heffing die anders er niet zou zijn geweest.
Adema (2009) heeft in zijn proefschrift overzichtelijk opgesomd welke lidstaat gebruikmaakt van welke optie. Sommige lidstaten zoals Nederland combineren de opties en bieden icbe’s de keuze uit meerdere regimes.
Art. 173 lid 1 OPC-Law 2010.
Deze uitkeringen zijn helemaal niet belast voor zover ze worden ontvangen door personen die belastingplichtig zijn in Luxemburg (art. 173 lid 2 OPC-Law 2010).
Art. 174 lid en 2 OPC-Law 2010.
Enkele icbe’s zijn uitgezonderd van deze belasting. Het tarief bedraagt 0,05% of 0,01%, afhankelijk van de vraag of de aandelenklasse van de icbe wordt aangeboden aan institutionele of niet-institutionele beleggers. Zie art. 175 en 176 OPC-Law 2010.
Adema (2009), p. 27.
Art. 28 Wet VPB 1969. Zie ook de besluiten van de Staatssecretaris van Financiën hierover: nr. BLKB 2014/15M en nr. BLKB 2016/99M die invulling geven aan de voorwaarden van het FBI regime van art. 28 Wet VPB 1969.
Adema (2009), p. 28.
Adema (2009), p. 29.
Beudeker (2007).
Een open FGR is gedefinieerd onder art. 2 lid 2 Wet VPB 1969. Zie over de status van een besloten FGR het Besluit van de minister van Financiën van 11 januari 2007, nr. CPP2006/1870M.
Adema (2009), p. 29.
Als een icbe een beleggingsmaatschappij is, vindt er zonder aparte regelgeving dubbele belastingheffing plaats op het inkomen en de kapitaalswinsten op de beleggingen. Dat wil zeggen dat er zowel belasting geheven wordt op het niveau van de icbe als op het niveau van de belegger in de icbe.1 In de meeste lidstaten wordt dit tegengegaan door belastingheffing op het niveau van de icbe tegen te gaan. Een belastingheffing op het niveau van de icbe zou namelijk afbreuk doen aan de doelstelling en functie van de icbe (de belegger in staat stellen om collectief te beleggen onder het beginsel van risicospreiding) omdat direct beleggen daarmee aantrekkelijker zou kunnen zijn dan beleggen via een icbe. Om die reden hebben lidstaten specifieke fiscale regimes ingevoerd. Dit kan ten eerste door icbe’s vrij te stellen van belasting op inkomen en kapitaalswinsten (subjectvrijstelling). Een tweede methode is om de belastinggrondslag voor icbe’s te beperken door beleggingsopbrengsten en/of kapitaalswinsten buiten de grondslag te laten vallen (objectvrijstelling). Een derde methode is om het belastingtarief te reduceren. Een alternatief is dat de dubbele belasting op het niveau van de belegger wordt beperkt. In dat geval kan de belasting die de belegger moet betalen worden gereduceerd met het overeenkomstige bedrag dat al is afgedragen door de icbe.2
In Luxemburg zijn icbe’s vrijgesteld van het betalen van belasting over beleggingsopbrengsten en kapitaalswinsten (subjectvrijstelling).3 Ook hoeven Luxemburgse icbe’s geen bronbelasting in te houden op dividenduitkeringen aan hun deelnemers.4 In Luxemburg kennen icbe’s wel een zogenoemde taxe d'abonnement.5 Een icbe dient deze belasting jaarlijks af te dragen, het is een percentage van het beheerd vermogen.6 Deze belasting kennen de andere onderzochte lidstaten niet. In Ierland zijn icbe’s eveneens vrijgesteld van het betalen van belasting over beleggingsopbrengsten en kapitaalswinsten.7 Ook hoeven Ierse icbe’s onder voorwaarden geen bronbelasting in te houden op dividenduitkeringen.
In Nederland zijn er twee specifieke fiscale regimes voor beleggingsmaatschappijen, te weten die van de vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) en van de fiscale beleggingsinstelling (FBI). Aan beide regimes zijn diverse voorwaarden verbonden.8 Zo geldt voor een FBI onder andere een doorstootverplichting van de winst, worden vereisten gesteld aan de deelnemers en gelden beleggings- en financieringseisen.9 Aan de VBI zijn voornamelijk eisen gesteld op het gebied van de beleggingen.10 De VBI is subjectief vrijgesteld van vennootschapsbelasting en vrijgesteld van inhouding van dividendbelasting op uitkeringen aan zijn deelnemers.11 Dat lijkt dus op de regimes in Ierland en Luxemburg. Een FBI is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting maar dit tarief is op 0% vastgesteld.12 De dividenduitkering van de FBI is een belaste opbrengst voor de Nederlandse dividendbelasting, waarop 15% dividendbelasting wordt ingehouden. Van de drie lidstaten is Nederland het enige land dat voor de beleggingsmaatschappij een regime heeft opgesteld waarin bronbelasting wordt ingehouden op de dividenduitkeringen door de icbe. Dit lijkt op het eerste oog ongunstig, maar in de volgende paragraaf zal blijken dat dit regime onder bepaalde voorwaarden toch gunstig kan uitpakken voor de deelnemers.
Een icbe kan ook bij overeenkomst zijn opgericht. In dat geval kunnen lidstaten ervoor kiezen de icbe als een belastingplichtig persoon aan te merken of als transparant aan te merken. In dat laatste geval worden voor fiscale doeleinden veelal de inkomsten proportioneel toegerekend aan de deelnemers. In sommige gevallen moet het inkomen worden gedistribueerd alvorens het wordt toegerekend aan de deelnemers. Al deze vormen van toerekening van inkomsten (kosten) en bezittingen (en schulden) worden ook wel aangeduid met het begrip fiscale transparantie. In zowel Ierland als Luxemburg is gekozen voor een transparante behandeling van icbe’s die bij overeenkomst zijn opgericht.13 In diverse andere lidstaten is daar niet voor gekozen en is de icbe altijd een fiscaal persoon.14 Er zijn dan aanvullende maatregelen genomen om dubbele belastingheffing te voorkomen conform de maatregelen die genomen zijn voor beleggingsmaatschappijen. In Nederland kan een beleggingsfonds zowel fiscaal transparant zijn als een fiscaal persoon.15 Een beleggingsfonds kan aangemerkt worden als open FGR of open CV (en valt daarmee dezelfde fiscale behandeling ten deel als een beleggingsmaatschappij) of als besloten FGR of besloten CV (en wordt daarmee fiscaal transparant).16 Fiscale transparantie houdt in Nederland overigens in dat voor de vennootschaps-, inkomsten- en dividendbelasting de FGR of CV non-existent is. Een belastingplichtige (open) FGR kan gebruikmaken van dezelfde fiscale regimes als de beleggingsmaatschappij, namelijk die van VBI of FBI.
Icbe’s kunnen, zoals in de voorgaande paragraaf is beschreven, ook als unit trust zijn vormgegeven. Dit is bijvoorbeeld het geval in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. In beide landen zijn unit trusts niet transparant voor de belasting en zijn het dus belastingplichtige entiteiten.17 In Ierland zijn unit trusts echter vrijgesteld van belasting en in het Verenigd Koninkrijk is een deel van het inkomen uitgezonderd van belasting en is het belastingpercentage van de overige inkomsten gereduceerd. Bovendien kunnen deelnemers die belasting aftrekken van hun eigen te betalen belasting.
Geconcludeerd kan worden dat de dubbele belastingheffing in de onderzochte lidstaten onderkend is en dat er verschillende bepalingen zijn opgesteld om de gevolgen daarvan ongedaan te maken. De methode waarop dit is ondervangen heeft echter wel verstrekkende gevolgen voor de bronbelasting.