Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.3.2:5.3.2 Aanwijzingen in het fiscale boeterecht van vóór de invoering van de AWR
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.3.2
5.3.2 Aanwijzingen in het fiscale boeterecht van vóór de invoering van de AWR
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS567448:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het boeterecht van vóór de invoering van de AWR waren de verhogings- of boetebepalingen – veel met de huidige bestuurlijke boetes vergelijkbare sancties werden verhogingen genoemd – in de verschillende heffingswetten opgenomen. Veel heffingswetten kenden eigen verhogingen of boetes in verband met verschillende gedragingen en eigen regels met betrekking tot de oplegging van die verhogingen of boetes. Tegen sommige verhogingen of boetes stonden rechtsmiddelen open, tegen andere niet of slechts beperkt. Pas met de invoering van de AWR is het fiscale boeterecht op uniforme wijze geregeld.
In wettelijke bepalingen, de parlementaire geschiedenis en in uitvoeringsbesluiten zijn inderdaad vanaf halverwege de 19e eeuw aanwijzingen te vinden dat gedragingen die beboetbaar waren, maar die waren ingegeven door onjuiste interpretatie of toepassing van de wet, in het oude fiscale boeterecht niet altijd tot een boete hebben geleid. De woorden “pleitbaar” of “pleitbaar standpunt” zijn daarbij echter nooit gebruikt.
5.3.2.1 De verhoging ter voorkoming van lichtvaardig procederen en de uitzondering bij verkeerde toepassing of schending van de wet5.3.2.2 Kwijtschelding bij dwaling of onwillig verzuim