Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/219
Belaging (art. 285b lid 1 Sr), bedreiging (art. 285 lid 1 Sr) en smaad (art. 261 lid 1 Sr). Beroep op bewijsuitsluiting t.a.v. de bij politie afgelegde verklaring van verdachte, nu als kwetsbaar aan te merken verdachte ten onrechte tijdens politieverhoor geen rechtsbijstand heeft gehad. Heeft hof juiste uitleg gegeven aan begrip ‘kwetsbare verdachte’ a.b.i. art. 28b lid 1 en 28c lid 1 Sv? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 21-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:80
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03611
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:80, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1202, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑11‑2024
Essentie
Belaging (art. 285b lid 1 Sr), bedreiging (art. 285 lid 1 Sr) en smaad (art. 261 lid 1 Sr). Beroep op bewijsuitsluiting t.a.v. de bij politie afgelegde verklaring van verdachte, nu als kwetsbaar aan te merken verdachte ten onrechte tijdens politieverhoor geen rechtsbijstand heeft gehad. Heeft hof juiste uitleg gegeven aan begrip ‘kwetsbare verdachte’ a.b.i. art. 28b lid 1 en 28c lid 1 Sv? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03611
Datum 21 januari 2025 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.