Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/7.3.10:7.3.10 De relevantie van de kennis van de goedkeurende derde bij goedkeuringsvoorbehouden
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/7.3.10
7.3.10 De relevantie van de kennis van de goedkeurende derde bij goedkeuringsvoorbehouden
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS300643:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat van de hiervoor uiteengezette argumenten verder ook zij, de vraag in hoeverre, ingeval van een bedongen goedkeuringsvoorbehoud, de mate waarin het orgaan dat goedkeuring dient te verlenen, is geïnformeerd over de stand van de onderhandelingen relevant is voor de vraag in hoeverre een voorbehoud nog kan worden ingeroepen, is in overeenstemming met de hiervoor gesignaleerde tweedeling binnen de groep geënquêteerden. 47% Beantwoordt deze vraag in bevestigende zin en 43% in ontkennende zin. 10% Geeft aan geen mening te hebben.
Bent u van mening dat de mate waarin, bij een bedongen goedkeuringsvoorbehoud, het orgaan dat goedkeuring dient te verlenen, is geïnformeerd over de stand van de onderhandelingen van invloed dient te zijn op de vraag in hoeverre het voorbehoud nog kan worden ingeroepen?
Ik interpreteer de respons op deze vraag aldus dat de groep respondenten die van mening is dat een beroep op een voorbehoud altijd mogelijk moet zijn, ongeacht de reden daarvoor, bij de laatstbedoelde vraag het antwoord "nee" heeft ingevuld terwijl de groep respondenten die heeft aangegeven dat een beroep op een voorbehoud alleen mogelijk moet zijn met een legitieme reden, gekozen heeft voor het antwoord "ja" (dan wel "geen mening"). Interessant is vervolgens het antwoord op de alleen aan de bedrijfsjuristen gestelde vraag of, indien goedkeuring van een (ander) orgaan binnen de vennootschap nodig is voor het intreden van de contractuele fase, het voorkomt dat dit (andere) orgaan bewust bepaalde informatie over de stand van het onderhandelingsproces wordt onthouden om er op deze wijze voor te (kunnen) zorgen dat op het bedongen voorbehoud een beroep kan worden gedaan. Daarop antwoordt ruim 93% van de ondervraagde bedrijfsjuristen met "nee" tegen slechts bijna 7% die deze vraag in bevestigende zin beantwoordt. Kennelijk, kijkend naar de vigerende jurisprudentie op dit punt, leeft, althans onder de geënquêteerde bedrijfsjuristen, in onvoldoende mate het besef dat er, zoals in hfdst. 6 van dit boek wordt verdedigd, wel degelijk een verband bestaat tussen het recht om goedkeuring te onthouden (casu quo het recht van de vennootschap om op een goedkeuringsvoorbehoud een beroep te doen) enerzijds en de mate waarin het orgaan dat het in zijn macht heeft om goedkeuring te onthouden, geïnformeerd is omtrent het verloop en de stand van de onderhandelingen, anderzijds.
Aan de advocaten was in dit verband de vraag voorgelegd of, indien een voorbehoud is gemaakt van goedkeuring door een (ander) orgaan binnen de organisatie van de cliënt, de advocaat de cliënt dan adviseert over de mate waarin dat orgaan dient te worden geïnformeerd met betrekking tot de stand van de onderhandelingen. 79% Antwoordde hierop bevestigend tegen 21% die deze vraag ontkennend beantwoordde. Klaarblijkelijk zijn de geënquêteerde advocaten zich dus in overwegende mate meer bewust van het hiervoor genoemde verband tussen het recht om goedkeuring te onthouden casu quo zich op een goedkeuringsvoorbehoud te beroepen en de mate van informatie omtrent — kort gezegd — het onderhandelingsproces. Grafisch weergegeven geeft dit het volgende beeld:
Indien u goedkeuring van een (ander) orgaan binnen uw organisatie heeft bedongen, komt het dan voor dat u dit (andere) orgaan bewust bepaalde informatie over de stand van het onderhandelingsproces onthoudt, teneinde te voorkomen dat op het bedongen voorbehoud geen beroep meer kan worden gedaan?
Indien u het voorbehoud van goedkeuring van een (ander) orgaan binnen de organisatie van uw cliënt heeft bedongen, adviseert u uw cliënt dan over de mate waarin dat orgaan dient te worden geïnformeerd met betrekking tot de stand van de onderhandelingen?
Aan de bedrijfsjuristen is ook gevraagd of er, op het punt van de informatieverstrekking met betrekking tot (de stand van) het onderhandelingsproces aan een orgaan dat goedkeuring al dan niet kan onthouden, beleid is gevormd. Een kwart van de geënquêteerde bedrijfsjuristen was dit niet bekend, 52% beantwoorde deze vraag ontkennend en 23% bevestigend. Ofwel, grafisch weergegeven:
Bestaat er binnen uw onderneming beleid op dit punt?
De achtergrond van laatstgenoemde vraag was onder meer om te onderzoeken of er voor de bedrijfsjurist op dit punt wellicht (in potentie) een spanningsveld aanwezig is. Veel bedrijfsjuristen vervullen immers ook bijv. de functie van "company secretary" of zijn secretaris van de Raad van Commissarissen of zijn in elk geval aanwezig bij de vergaderingen van de Raad van Commissarissen terwijl, zoals ook uit onderzoek naar voren komt, het voorbehoud van goedkeuring van de Raad van Commissarissen nu juist één van de favoriete voorbehouden blijkt te zijn. Niet ondenkbaar is dat van de bedrijfsjurist onder die omstandigheden wordt verlangd dat hij een bewuste keuze maakt tussen ofwel het volledig informeren van de Raad van Commissarissen (opdat deze zijn toezichthoudende taak op de vennootschap en de met haar verbonden onderneming kan uitoefenen), ofwel zich genoodzaakt ziet om bewust bepaalde informatie omtrent (de stand van) de onderhandelingen te onthouden aan de Raad van Commissarissen. Dit laatste om op deze manier te voorkomen dat de Raad door de onderhandelingspartner van de vennootschap op enig moment het verwijt kan worden gemaakt dat de Raad van Commissarissen, door niet eerder in het onderhandelingsproces in te grijpen, bijv. zijn recht om alsnog goedkeuring te onthouden, heeft verwerkt.