Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.3.5.5:5.3.5.5 Voordeelsopdringing
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.3.5.5
5.3.5.5 Voordeelsopdringing
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186773:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Van Laarhoven 2006, p. 33 e.v. en Du Perron 1999, hoofdstuk 4.
Vgl. Kortmann 1993a, p. 142. Zie ook par. 5.3.5.2 en over het autonomiebeginsel Asser/Sieburgh 6-III 2018/171. Zie ook TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 87 en 949, MvA II, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 89 en 957, Rapport aan de Koningin, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 953 en Spierings 2016, p. 18 en 364.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
189. De relativiteit van overeenkomsten is nauw verbonden met het autonomiebeginsel.1 Daaruit wordt wel afgeleid dat partijen niet tegen hun wil een voordeel kan worden opgedrongen.2
Een eigenlijke achterstelling die de junior en de schuldenaar onderling overeenkomen komt daar niet mee in strijd. De junior en de schuldenaar wijzigen immers alleen het verhaalsrecht van de junior. Aan de senior worden door een eigenlijke achterstelling geen voordelen opgedrongen, hem wordt slechts de mogelijkheid geboden te wijzen op een gebrek in het verhaalsrecht van de junior.