Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.13.3:7.13.3 Aard en niveau van het werk
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.13.3
7.13.3 Aard en niveau van het werk
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258998:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Mooij, ArbeidsRecht 2009/14.
CRvB 7 mei 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD3347.
Zie bijvoorbeeld bij de situatie dat een verpleegkundig werkmanager verwijtbaar werkloos is, omdat een functie als senior verpleegkundige niet wordt geaccepteerd (CRvB 16 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU4662, USZ 2012/5). Uit het artikel: Driessen & Gundt, TRA 2013/66.
CRvB 12 maart 1996, ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6179, RSV 1996/126.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook met betrekking tot de aard en het niveau van het werk heeft een verscherping van de eisen plaatsgevonden in de jurisprudentie.1 Zo mag bijvoorbeeld een werksituatie niet het aanvaarden van werk in de weg staan, want schoonmaken in een openbare ruimte is naar aard net zo passend als in een kantoorpand.2
In beginsel is bij intredende of net ingetreden werkloosheid arbeid als passend te beschouwen als het qua aard en niveau aansluit bij het werk dat verloren is of wordt. Academici moeten wel van meet af aan werk op hbo-niveau accepteren en in de periode dat men werkloos is opvularbeid of werk onder eigen niveau accepteren, mits het kans biedt om binnen afzienbare tijd op eigen niveau terug te keren. Opvularbeid bij tijdelijke contracten mag niet snel worden geweigerd. De jurisprudentie bij de vraag in hoeverre afgeweken mag worden van de aard en het niveau van het werk is erg casuïstisch, maar als de oorzaak voor de functiewijziging met betrekking tot opvularbeid in de risicosfeer van de werknemer ligt, wordt bij het niet-aanvaarden van passende arbeid al snel geoordeeld dat er sprake is van verwijtbare werkloosheid.3
De omstandigheden in de periode voor het intreden van de werkloosheid worden ook in aanmerking genomen bij de vraag of arbeid passend is. De strengere lijn van de CRvB in de betreffende zaak werd mede door de richtlijn passende arbeid 1992 ingezet. Betrokkene had vanaf 1991 een jaar lang gewerkt op universitair niveau (projectmanager Commerciële marktontwikkeling). Die functie was door een reorganisatie per 1 januari 1992 komen te vervallen en herplaatsing binnen het bedrijf was mislukt. De functie die daarna in oktober 1992 werd aangeboden was op hbo-niveau (rayonmanager). De Raad onderkende dat de aangeboden functie niet geheel aansloot bij de wensen van betrokkene en laatstelijk verrichte werkzaamheden. Maar de betrokkene was pas één jaar werkzaam in die functie op wo-niveau (projectmanager) toen hij te horen kreeg dat die functie zou komen te vervallen. Betrokkene had eerder na zijn afstuderen ook functies vervuld die aansloten bij de afgeslagen functie. Hij zou er in salaris niet op achteruit gaan door de aangeboden functie op hbo-niveau te accepteren. Daarnaast was de omstandigheid dat betrokkene al een jaar lang zonder succes had gesolliciteerd op eigen niveau ook van belang. Pas in de loop van 1994 is aan zijn werkloosheid een eind gekomen. In het licht van de voorgaande omstandigheden en de strengere lijn die was ingezet met de Richtlijn passende arbeid 1992 was de functie op hbo-niveau als rayonmanager voor betrokkene als passend te beschouwen.4