RvdW 2026/437:Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klager en anderen op woningen, perceel bouwgrond, auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vordering in Luxemburg, Zwitserland en België t.l.v. klager en anderen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek ‘Milwaukee’ t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Kon Rb (economische raadkamer) — in het licht van aangevoerde over wanverhouding tussen waarde van inbeslaggenomen voorwerpen en te verwachten hoogte van mogelijk op te leggen betalingsverplichting — oordelen dat beslag niet in strijd is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit omdat zij niet kan vaststellen dat sprake is van ‘overbeslag’? Om redenen vermeld in HR 10 maart 2026, NJ 2026/124 slagen middelen in zoverre. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met NJ 2026/124, RvdW 2026/433, RvdW 2026/434, RvdW 2026/435, RvdW 2026/436, RvdW 2026/438, RvdW 2026/439, RvdW 2026/440, RvdW 2026/441 en RvdW 2026/442.