Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/408
Overheidsprivaatrecht. Wet op het Centraal bureau voor de statistiek. Werkzaamheden van CBS voor derden (art. 5 Wet op het Centraal bureau voor de statistiek); betekenis ‘derden’; Ministeriële regeling en Ministerieel besluit m.b.t. verhouding tussen CBS en marktpartijen onverbindend?
HR 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:406
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2026
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/04272
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Bestuur
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Staatsrecht / Wetgeving
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:406, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1201, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑01‑2025
- Wetingang
Art. 3, 4, 5, 60 Wet op het Centraal bureau voor de statistiek; Regeling werkzaamheden derden CBS; Beleidsregel taakuitoefening CBS
Essentie
Overheidsprivaatrecht. Wet op het Centraal bureau voor de statistiek. Werkzaamheden van CBS voor derden (art. 5 Wet op het Centraal bureau voor de statistiek); betekenis ‘derden’; Ministeriële regeling en Ministerieel besluit m.b.t. verhouding tussen CBS en marktpartijen onverbindend?
Samenvatting
Op grond van art. 5 lid 1 Wet op het Centraal bureau voor de statistiek kan het CBS in incidentele gevallen statistische werkzaamheden voor derden verrichten, met dien verstande dat die werkzaamheden niet mogen leiden tot mededinging met private aanbieders van vergelijkbare diensten die uit een oogpunt van goede marktwerking ongewenst is. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.