Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/410
Wvggz. Zorgmachtiging. Horen betrokkene; schriftelijke referteverklaring. Ondertekening referteverklaring.
HR 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:410
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2026
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/02741
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:410, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1331, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑08‑2025
- Wetingang
Art. 6:1 Wvggz
Essentie
Wvggz. Zorgmachtiging. Horen betrokkene; schriftelijke referteverklaring. Ondertekening referteverklaring.
Samenvatting
Afstand door de betrokkene van het recht om te worden gehoord op het verzoek om een zorgmachtiging is als zodanig niet onverenigbaar met de Wvggz. Indien na het overleggen van een schriftelijke referteverklaring op het verzoek om een zorgmachtiging wordt beslist zonder dat tegen dit verzoek verweer is gevoerd en zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, kan slechts worden aangenomen dat de betrokkene niet bereid is zich op het verzoek te doen horen, indien het ontbreken van deze bereidheid ondubbelzinnig blijkt uit de referteverklaring. Hiervoor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.