Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/422
Als aan de bedreiging een voorwaarde wordt verbonden die geheel buiten de invloedsfeer van de geadresseerde ligt, is art. 285 lid 2 Sr niet van toepassing.
HR 10-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:376
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 maart 2026
- Magistraten
Mr. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/04422
- Conclusie
P-G mr. F.W. Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:376, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1391, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑05‑2025
- Wetingang
Art. 285 Sr
Essentie
Als aan de bedreiging een voorwaarde wordt verbonden die geheel buiten de invloedsfeer van de geadresseerde ligt, is de strafverzwaringsgrond van art. 285 lid 2 Sr niet van toepassing.
Samenvatting
De in art. 285 lid 2 Sr bedoelde ‘voorwaarde’ moet ertoe kunnen leiden dat de bedreigde (nader) wordt beperkt in zijn keuze- en handelingsvrijheid. Dit betekent dat aan de bedreiging een zodanige voorwaarde wordt verbonden dat het in voldoende mate binnen de invloedssfeer van de geadresseerde ligt of die voorwaarde al dan niet wordt vervuld. Van een ‘voorwaarde’ kan ook sprake zijn als de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.