Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/407
Faillissementsrecht. Verrekening van schuld van bank als gevolg van creditering van inkomende betaling na peildatum van art. 54 Fw met vordering van bank die door uitvoering van betalingsopdrachten (uitgaande betalingen) daarna ontstaat?
HR 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:390
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02147
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:390, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1012, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑06‑2024
- Wetingang
Art. 54 Fw
Essentie
Faillissementsrecht. Verrekening van schuld van bank als gevolg van creditering van inkomende betaling na peildatum van art. 54 Fw met vordering van bank die door uitvoering van betalingsopdrachten (uitgaande betalingen) daarna ontstaat?
Samenvatting
In het arrest Amro Bank/THB heeft de Hoge Raad beslist dat indien de bank, toen zij zich door creditering van de rekening tot schuldenaar van de rekeninghouder maakte, niet te goeder trouw was in de zin van art. 54 Fw, die bepaling zich ertegen verzet dat de bank zich in het faillissement van de rekeninghouder op verrekening beroept (HR ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.