Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/415
Insolventierecht. Faillissementsrecht. Verrekening. Art. 54 Fw. Geschil over verrekening van schuld van bank als gevolg van creditering van inkomende betaling na peildatum van art. 54 Fw met vordering van bank die door uitvoering van betalingsopdrachten (uitgaande betalingen) daarna ontstaat. O.m. klacht van bank dat hof heeft miskend dat art. 54 Fw niet verplicht tot afdracht aan boedel van inkomende betalingen voor zover met daardoor ontstane kredietruimte uitgaande betalingen zijn verricht. Zie ook HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:390.
HR 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:391
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink
- Zaaknummer
25/00289
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:391, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1013, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2025
Essentie
Insolventierecht. Faillissementsrecht. Verrekening. Art. 54 Fw. Geschil over verrekening van schuld van bank als gevolg van creditering van inkomende betaling na peildatum van art. 54 Fw met vordering van bank die door uitvoering van betalingsopdrachten (uitgaande betalingen) daarna ontstaat. O.m. klacht van bank dat hof heeft miskend dat art. 54 Fw niet verplicht tot afdracht aan boedel van inkomende betalingen voor zover met daardoor ontstane kredietruimte uitgaande betalingen zijn verricht. Zie ook HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:390.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00289
Datum ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.