Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2.2.3
2.2.3 Bestuurlijke sancties in het douanerecht
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362977:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vliet, van, 2019, onder 3.2.3.2.
Artikel 42, eerste lid, van het DWU.
Artikel 42, tweede lid, van het DWU.
Artikel 258 van het VWEU.
Artikel 260, eerste lid, van het VWEU.
Artikel 9:1, eerste lid, van de ADW.
Artikel 9:2, eerste lid, van de ADW.
Artikel 9:2, tweede lid, van de ADW.
Artikel 9:2, tweede lid, van de ADW.
Artikel 9:3, eerste lid, van de ADW.
Artikel 9:4, eerste lid, van de ADW.
Artikelen 9:1, tweede lid, 9:2, derde lid, 9:3, tweede lid en 9:4, tweede lid van de ADW.
Oudenaarden e.a. 2019, onder 55.4.
Oudenaarden e.a. 2019, onder 55.4.
Ook het douanerecht kent bestuurlijke boeten. Alhoewel het douanerecht grotendeels is geharmoniseerd en neergelegd in verschillende Europese verordeningen, waaronder het DWU, is de handhaving van de douanewetgeving nog niet geharmoniseerd en behoort de handhaving daarmee tot het domein van de nationale wetgeving van de lidstaten. Het is dus aan Nederland om – voor zover het gaat om Nederlandse overtredingen/verzuimen – bestuurlijke boeten op te leggen die Nederland passend acht voor het niet nakomen van bepaalde verplichtingen die voortvloeien uit de geharmoniseerde douanewetgeving.1 Wel is in het DWU vastgelegd dat iedere lidstaat sancties vaststelt voor het niet naleven van de douanewetgeving en dat dergelijke sancties effectief, proportioneel en afschrikkend moeten zijn.2 Bestuursrechtelijke sancties kunnen de volgende vormen aannemen: a) een geldboete opgelegd door de douaneautoriteiten, in voorkomend geval met inbegrip van een schikking die in de plaats komt van een strafrechtelijke sanctie en b) de intrekking, schorsing of wijziging van een vergunning van de betrokken persoon.3 De lidstaten moeten de Commissie nauwgezet op de hoogte stellen en houden van de sancties die zij in hun wetgeving hebben opgenomen.4 De Commissie kan namelijk, indien de Commissie van oordeel is dat een lidstaat de op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, dienaangaande een met redenen omkleed advies uitbrengen, na deze lidstaat in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken (inbreukprocedure).5 Als de betrokken lidstaat dit advies niet binnen de door de Commissie vastgestelde termijn opvolgt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie. Als het Hof van Justitie vaststelt dat een lidstaat een op hem rustende verplichting niet is nagekomen, is de lidstaat gehouden die maatregelen te nemen welke nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie.6
Nederland heeft de bestuurlijke douaneboeten neergelegd in hoofdstuk 9 van de ADW. De ADW kent – net als de AWR – een onderscheid tussen verzuimboeten en vergrijpboeten. Een verzuimboete kan worden opgelegd als geen opzet of grove schuld aanwezig is en bepaalde procedurele voorschriften niet zijn nageleefd. Het gaat dan om:
goederen in tijdelijke opslag die niet tijdig onder een douaneregeling worden geplaatst of worden wederuitgevoerd;7
goederen onder de douaneregeling douanevervoer, actieve veredeling of tijdelijke invoer en de formaliteiten ter beëindiging van die regeling, die niet of niet tijdig worden ingevuld;8
goederen die zijn geplaatst onder de regeling Uniedouanevervoer en welke goederen niet langs de verplichte route zijn vervoerd;9
goederen die zijn geplaatst onder de regeling Uniedouanevervoer die niet tijdig aan het kantoor van bestemming zijn aangebracht;10
een vermis in een douane-entrepot;11 en
het niet naleven van een verplichting die voortvloeit uit een vergunning die is verleend op grond van de douanewetgeving.12
Bij vergrijpboeten gaat het om dezelfde situaties maar dan moet sprake zijn van opzet of grove schuld van belanghebbende.13
Een douaneboete wordt opgelegd bij voor bezwaar vatbare beschikking.14 Als de douane voornemens is een boete op te leggen, wordt de belanghebbende hiervan op de hoogte gesteld met vermelding van de gronden. De belanghebbende krijgt een termijn om die gronden te betwisten.15