Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2.2.2
2.2.2 Beschikkingen op verzoek/op aanvraag
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362932:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 33, eerste lid, van het DWU: “1. De douaneautoriteiten geven op aanvraag beschikkingen inzake bindende tariefinlichtingen (BTI-beschikkingen) of beschikkingen inzake bindende oorsprongsinlichtingen (BOI-beschikkingen) af.”Artikel 34, eerste lid, van het DWU: “1. Een BTI-beschikking verliest haar geldigheid voor het einde van de in artikel 33, lid 3, bedoelde periode indien zij niet langer in overeenstemming zijn met het geldende recht, ten gevolge van één van de volgende gevallen: a) de wijziging van de nomenclaturen, als bedoeld in artikel 56, lid 2, onder a) en b); b) de vaststelling van maatregelen als bedoeld in artikel 57, lid 4;met ingang van de datum waarop de wijziging of de maatregelen van toepassing wordt of worden.
Artikel 33 van het DWU.
Artikel 33 van het DWU.
Artikel 33, tweede lid, van het DWU; Oudenaarden e.a. 2019, paragraaf 53.3.1.
Boersma en Breukelen, van, 2017: paragraaf 6.6.2.
Artikel 56, vierde lid, van het DWU: “4. Indien de toepassing van de in lid 2, onder d) tot en met g), bedoelde maatregelen of de vrijstelling van de onder h) van dat lid bedoelde maatregelen tot een bepaald invoer- of uitvoervolume wordt beperkt, neemt deze toepassing of vrijstelling, in het geval van tariefcontingenten, een einde zodra het vastgestelde invoer- of uitvoervolume is bereikt.”
Vliet, van, 2019, onder 7.2.2.11; Oudenaarden e.a. 2019: paragraaf 18.
Naast de ambtshalve beschikkingen kent het douanerecht ook veel beschikkingen van de douaneautoriteiten die worden genomen op verzoek van de belanghebbende. Ook voor deze beschikkingen geldt dat, voordat naar aanleiding van de aanvraag een voor de aanvrager ongunstige beschikking wordt gegeven, het kenbaarmakingsbeginsel in acht dient te worden genomen.1 Het kenbaarmakingsbeginsel moet dus in acht worden genomen bij het afgeven van bijvoorbeeld een ongunstige bindende tarief- of oorspronginlichting (BTI- of BOI-beschikking). Deze beschikkingen licht ik hierna expliciet toe, omdat het DWU bij afgifte van een BTI- of BOI-beschikking het kenbaarmakingsbeginsel beperkt. Kennis van de BTI- en BOI-beschikking kan helpen bij de analyse van deze in het DWU opgenomen beperking (paragraaf 6.6.3.a).
BTI- of BOI-beschikking
De regeling voor BTI- en BOI-beschikkingen is neergelegd in het DWU.2 De BTI-regeling waarborgt dat sinds 1 januari 1991 de wettelijke mogelijkheid bestaat de douaneautoriteiten van een lidstaat te verzoeken de indeling van een bepaald goed in het geharmoniseerde douanesysteem los van een aangifte vast te stellen.3 De douaneautoriteiten stellen de indeling en daarmee het van toepassing zijnde tarief bij beschikking vast (de BTI-beschikking). Sinds 1 januari 1997 is het ook mogelijk een dergelijke schriftelijke verklaring te verkrijgen van de belastingautoriteiten ten aanzien van de oorsprong van een bepaald goed, een BOI-beschikking.4 Beide beschikkingen zijn formele besluiten waartegen een nationaal rechtsmiddel openstaat. Bezwaar en beroep hebben echter geen schorsende werking, zodat een BTI-beschikking waartegen een rechtsmiddel is aangewend bij invoer van de goederen moet worden gebruikt tot deze niet meer geldig is of wordt ingetrokken.5 Een belanghebbende kan de indeling van de goederen of de oorsprong in een procedure betreffende de afgegeven BTI- of BOI-beschikking ter discussie stellen. Daarnaast kan de oorsprong of de indeling ook bij elke invoer van de goederen ter discussie worden gesteld in een procedure betreffende de meegedeelde utb. De belanghebbende moet dan tegen alle utb’s ten aanzien van de invoer van de goederen, waarbij deze in zijn ogen onjuiste BTI-beschikking is gebruikt, bezwaar maken.6 Voor een BOI-beschikking geldt hetzelfde. Op bezwarende (ongunstige) beschikkingen op aanvraag is het kenbaarmakingsbeginsel van toepassing. Echter in artikel 22, zesde lid, van het DWU is het kenbaarmakingsbeginsel voor BOI- en BTI-beschikkingen uitgezonderd. Analyse van deze beperking van het kenbaarmakingsbeginsel komt in een later hoofdstuk aan bod.
Tariefcontingent
Een ander voorbeeld van een beschikking op aanvraag is een verzoek tot het toekennen van een tariefcontingent.7 Voor een aantal goederen zijn de rechten bij invoer voor een bepaalde hoeveelheid en voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk geschorst, dit wordt een tariefcontingent genoemd.8 Het gevolg bij de invoer van deze goederen is een verlaagd recht of een nulrecht. Bij uitputting van het tariefcontingent geldt het normale tarief weer. Tariefcontingenten worden in het leven geroepen om ondernemingen binnen de Europese Unie in staat te stellen gebruik te maken van grondstoffen, halffabricaten en onderdelen die binnen de Europese Unie onvoldoende worden geproduceerd. Per goederensoort geldt een hoeveelheid en een tijdvak. In de aangifte voor het vrije verkeer moet de aangever vragen om toepassing van het verlaagde tarief of het nultarief op grond van een tariefcontingent. Ook voor beslissingen over tariefcontingenten bepaalt het DWU dat het kenbaarmakingsbeginsel wordt beperkt.9 Analyse van deze beperking vindt plaats in paragraaf 6.6.3.b.