De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.6.1:I.3.6.1 Een nieuw kiesstelsel na 1887
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.6.1
I.3.6.1 Een nieuw kiesstelsel na 1887
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285058:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel er geen wijziging plaatsvond van de herzieningsprocedure zelf, is de grondwetsherziening van 1887 op een ander punt relevant voor de werking van de herzieningsprocedure. Immers, de grondwetsherziening van 1887 introduceerde het systeem van een algehele periodieke verkiezing van de leden van de Tweede Kamer na vier jaar. Vóór 1887 was sprake van een roulatiesysteem, waarbij de helft van de Tweede Kamer om de twee jaar aftrad. Vóór 1887 was het kiessysteem zo ingericht dat de helft van de leden van de Tweede Kamer op het moment van een tussentijdse ontbinding nog geen twee jaar in de Tweede Kamer zat. Voor dat deel van de Tweede Kamer had een kamerontbinding grotere consequenties dan voor de leden die langer of zelfs dicht tegen het einde van hun zittingstermijn zaten. De grondwetsherziening van 1887 bevatte een periodieke verkiezing voor de gehele Tweede Kamer per vier jaar. Deze grondwetsherziening veranderde de context van een tussentijds ontbinding van de Tweede Kamer. Vanaf dat moment zat ieder lid in beginsel even lang in de Tweede Kamer op het moment van een ontbinding. De gevolgen van de ontbinding waren voor ieder lid qua zittingsduur hetzelfde.