De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.6.4:I.3.6.4 Ontbindingsverkiezingen
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.6.4
I.3.6.4 Ontbindingsverkiezingen
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285060:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 30 maart 1977, Stb. 1977, 177. Zie hierover uitgebreid: Bunschoten 2009, p. 200.
Besluit van 27 maart 2002, Stb. 2002, 173.
Besluit van 4 september 2006, Stb. 2006, 421.
Besluit van 15 november 2006, Stb. 2006, 565.
Ten aanzien van de Eerste Kamer bestaan er wel voorbeelden van ‘zuivere ontbindingen’, omdat een deel van de Eerste Kamer tot aan 1983 om de drie jaar werd verkozen.
Besluit van 28 mei 1948, Stb. 1948, 219.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verkiezingen voor de Tweede Kamer kunnen verschillende grondslagen hebben. Deze kunnen gehouden worden in het kader van een politieke ontbinding, in het kader van ontbinding met betrekking tot een grondwetsherziening en in het kader van de afloop van de zittingsduur van de Tweede Kamer van vier jaar (periodieke verkiezingen). Samenloop van deze gronden kan plaatsvinden. Het kan immers voorkomen dat verkiezingen plaatsvinden in het licht van een grondwetsherziening, terwijl verkiezingen ook plaatsvinden als gevolg van een ontbinding op politieke gronden. Ook komt regelmatig voor dat verkiezingen plaatsvinden in het licht van een grondwetsherziening en dat deze verkiezingen samenvallen met reeds geplande periodieke verkiezingen. Ik geef enkele voorbeelden.
In 1977 was er sprake van een bijzonder ontbindingsbesluit.1 Vlak voor de periodieke verkiezingen besloot de regering n.a.v. een conflict binnen het kabinet-Den Uyl over de grondpolitiek tot ontbinding van de Tweede Kamer. De regering nam de volgende bijzondere voorwaarde op: indien er een voorstel in eerste lezing zou worden aangenomen, dan zou de ontbinding ook in het kader van de grondwetsherzieningsprocedure gelden.
In 2002 nam de regering het ontbindingsbesluit in het kader van een grondwetsherziening op 27 maart 2002.2 Daarbij zat het kabinet- Kok II al bijna vier jaar en stonden periodieke verkiezingen al gepland op 15 mei 2002. Hier zien we een samenloop van periodieke verkiezingen en een ontbinding in het licht van de grondwetsherzieningsprocedure. Overigens bood het kabinet vlak voor het einde van de regeerperiode (16 april 2002) zijn ontslag aan bij de Koningin. Reden hiervoor waren de bevindingen van het NIOD-rapport over de Nederlandse missie in Srebrenica.
In 2006 zien we een bijzondere samenloop: het ontbindingsbesluit in het licht van een politiek conflict (omtrent het functioneren van minister Verdonk in het kabinet- Balkenende II)3 werd aangevuld met een tweede besluit in het kader van een grondwetsherziening.4 De ontbinding van de Tweede Kamer had in zekere zin twee grondslagen.
Een ‘zuivere’ ontbinding in het licht van een grondwetsherziening komt zelden voor. Dan gaat het om verkiezingen die louter het gevolg zijn van een ontbindingsbesluit in het licht van een grondwetsherziening. Het gaat dan niet om ontbindingsverkiezingen die samenvallen met periodieke verkiezingen of om verkiezingen als gevolg van een ontbindingsbesluit omwille van politieke gronden. Aan deze omschrijving voldoen de ontbindingen van 1884, 1887 en 1948. In 1917 lijkt het niet om een zuivere ontbinding zoals hiervoor omschreven te gaan.5 In juni 1913 waren er verkiezingen voor de Tweede Kamer en het ontbindingsbesluit volgde in mei 1917, waarna op 5 juni 1917 verkiezingen voor de Tweede Kamer volgden.
Het bekendste voorbeeld zijn de verkiezingen van 1948. Het ontbindingsbesluit van dat jaar6 volgde ruim twee jaar na de verkiezingen van de Tweede Kamer van 1946. Periodieke verkiezingen waren in 1948 nog lang niet in beeld en er was verder geen politieke reden voor een ontbinding. Na 1948 zijn hier geen voorbeelden meer van.
Het is logisch dat het aantal ‘zuivere ontbindingen’ zo laag is. Een ontbindingsbesluit is een ingrijpende beslissing en betekent dat er voortijdig een verkiezingscampagne volgt, verkiezingen, het aftreden van een kabinet en een kabinetsformatie. Daarom zal de regering niet lichtvaardig tot een zuivere ontbinding in het licht van een grondwetsherziening overgaan.