Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.7.2.2
2.7.2.2 Goedkeuren van een schending van een bestuurstaak
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197762:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Davies & Worthington 2016, p. 568 en Chivers e.a. 2017, p. 160. Daarnaast kan onder goedkeuren ook worden verstaan het besluiten tot binding van de vennootschap aan de ongeoorloofd aangegane transactie (affirmation), het besluiten tot het ontslaan van een bestuurder van zijn aansprakelijkheid en het besluiten tot het niet procederen tegen de bestuurder.
Het uitsluiten of beperken van de aansprakelijkheid van bestuurders voor toekomstig handelen, ook wel vrijtekening genoemd, is (volgens de heersende leer) niet toelaatbaar, zie Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/482. Zie voor een andere mening: Assink/Slagter 2013/51.
Re North-West Transportation Co Limited v Beatty (1887) 12 App Cas 589.
Re Smith v Croft (No. 2) (1988) Ch 114. Zie verder Chivers e.a. 2017, p. 173-175.
S.239 CA 2006. Zie Chivers e.a. 2017, p. 172.
S.239 lid 4 CA 2006.
Zie uitgebreid Chivers e.a. 2017, p. 173-180. Er wordt aangenomen dat het binden van de vennootschap aan een ongeoorloofde transactie (los van een beslissing tot het ontslaan van een bestuurder van zijn aansprakelijkheid) waarschijnlijk wel onder s.239 CA 2006 valt. Zie Chivers e.a. 2017, p. 173.
Davies & Worthington 2016, p. 570.
De tweede categorie betreft het goedkeuren van een schending door een bestuurder van een op hem rustende plicht (breach of duty). Het Engelse recht onderscheidt goedkeuring in twee soorten. Zo kan een schending vooraf worden goedgekeurd als gevolg waarvan de bestuurder geen schending pleegt (authorisation). Daarnaast kan de bestuurder worden ontslagen van aansprakelijkheid ten aanzien van de schending (ratification).1 Naar Nederlands recht is alleen het laatste mogelijk: het verlenen van decharge aan bestuurders en commissarissen voor gevoerd beleid.2
Het uitgangspunt onder de common law was dat bij zowel de authorisation als de ratification de bestuurder die tevens aandeelhouder was in de hoedanigheid van aandeelhouder gewoon mee mocht stemmen over de goedkeuring en daarbij zijn eigen belang mocht nastreven, ook al had hij dus zelf als bestuurder een plicht geschonden.3 Een bestuurder heeft weliswaar fiduciaire plichten jegens de vennootschap en haar stakeholders, maar aandeelhouders hebben deze niet. Een minderheidsaandeelhouder kon wel aanvoeren dat de goedkeuring niet “bona fide in the interests of the company as a whole” was.4 Hierbij verwezen de rechters naar de hiervoor genoemde rechtspraak in het kader van het wijzigen van de statuten van een vennootschap.
Tegenwoordig is in de Companies Act 2006 een bepaling opgenomen over het ratificeren van een schending die het effect heeft de bestuurder te ontslaan van aansprakelijkheid.5 De bestuurder die tevens aandeelhouder is en aandeelhouders die familie zijn van de bestuurder mogen niet stemmen over een besluit tot goedkeuring, althans hun stemmen worden niet meegeteld in de stemmeerderheid.6 Waarschijnlijk gelden ten aanzien van de andere vormen van goedkeuring nog steeds de common law regels.7 Dit levert de enigszins vreemde situatie op dat een bestuurder tevens aandeelhouder de regels van ratificatie kan omzeilen door de schending reeds vooraf goed te keuren.8