Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.4.5
6.5.4.5 Verrekening
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186655:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 20 juni 1941, NJ 1942/151 (Van den Bergh/Bannier q.q.), HR 21 november 1969, NJ 1970/179 (Hansen/Van der Meer), HR 28 juni 1985, NJ 1986/192 (Meijvast/Voûte q.q. cs.), HR 28 juni 2002, JOL 2002/384 (Reerink q.q./Elander Properties III), i.h.b. conclusie P-G Huydecoper, Polak/Polak 1972, p. 171 en Faber 2005, p. 127 e.v.
Zie daarover uitgebreider par. 9.4.2.
Zie par. 6.5.4.2.
Art. 6:127 lid 2 BW. Zie ook Hof ’s-Gravenhage 26 januari 2010, JOR 2011/56 (Jansen/ Dynamic) en Faber 2005, p. 70. Zie ook A. van Hees 1989, p. 122-123, Wessels 2013, p. 68-69 en vgl. Fransis 2017, nr. 354.
Zie par. 6.5.4.1.
Zie par. 6.5.4.1.
Zie Spinath 2005 p. 16 en 37 en Haak 2012, par. 4.
351. Veel overeenkomsten van achterstelling sluiten verrekening met de achtergestelde vordering uit. Als de junior en de schuldenaar partij zijn bij die uitsluiting dan maakt die uitsluiting het onmogelijk om te verrekenen met de achtergestelde vordering.1 Een dergelijke uitsluiting van verrekening kan expliciet of impliciet zijn overeengekomen.2
Ook zonder een toegespitste uitsluiting van verrekening kan de achterstelling verrekening beletten. Door een tijdsbepaling of een voorwaarde is de juniorschuldeiser niet bevoegd nakoming van zijn vordering af te dwingen.3 Daardoor is hij ook niet bevoegd die te verrekenen.4 De schuldenaar is van zijn kant ook niet bevoegd tot betaling van zijn schuld uit hoofde van de achtergestelde vordering.5 Daarom kan ook hij die niet verrekenen.6
Dit is anders als het gaat om een vordering waaraan alleen in het belang van de schuldenaar een tijdsbepaling is verbonden. Dan is de schuldenaar wel bevoegd tot betaling van zijn schuld, hoewel de juniorschuldeiser geen betaling kan afdwingen.7 In dat geval kan de juniorschuldeiser dus niet verrekenen, maar kan de schuldenaar dat wel als hij een opeisbare vordering heeft op de juniorschuldeiser.8
Als de junior zich enkel tegenover de senior heeft verbonden om de achtergestelde vordering niet te verrekenen sluit dat verrekening niet uit.
De mogelijkheden om te verrekenen met een achtergestelde vordering komen uitgebreider aan bod in paragraaf 9.4.