Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/61
Ontoereikend gemotiveerd oordeel dat bezorging van bloedmonsters van verdachte aan het laboratorium ‘zo spoedig mogelijk’ heeft plaatsgevonden als bedoeld in art. 13 lid 1 onder d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
HR 02-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1814
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 december 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C. Caminada, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/02878
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1814, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1077, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑11‑2023
- Wetingang
Art. 8 lid 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); art. 13 lid 1 aanhef en onder d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
Essentie
Het hof heeft geen concrete vaststellingen gedaan over de wijze van bewaren van het bloed na afname daarvan en tijdens het transport naar het laboratorium, waartoe het wel gehouden was bij het betrekken van die omstandigheden bij zijn oordeel dat de bezorging van de bloedmonsters van de verdachte aan het laboratorium ‘zo spoedig mogelijk’ heeft plaatsgevonden. In zoverre is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd.
Samenvatting
De Hoge Raad verwijst naar de conclusie van de advocaat-generaal. Conclusie van de advocaat-generaal: Het hof heeft zich bij zijn vaststellingen over de wijze van bewaren van de bloedmonsters van de verdachte op het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.