Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/56
Personen- en familierecht. Kan in één procedure verlening vervangende toestemming voor erkenning kind (art. 1:204 lid 3 BW) worden gecombineerd met toekenning gezag over dat kind (art. 1:253c leden 2-4 BW)?; betrouwbaarheid gezagregisters (art. 1:244 BW).
HR 05-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1853
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00981
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1853, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1047, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑03‑2025
- Wetingang
Art. 1:204, 1:244, 1:253c BW; art. 2 Besluit gezagsregisters
Essentie
Personen- en familierecht. Kan in één procedure verlening vervangende toestemming voor erkenning kind (art. 1:204 lid 3 BW) worden gecombineerd met toekenning gezag over dat kind (art. 1:253c leden 2-4 BW)?; betrouwbaarheid gezagregisters (art. 1:244 BW).
Samenvatting
Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat een ouder een verzoek om verlening van vervangende toestemming om een kind te erkennen, vergezeld doet gaan van een verzoek om de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over dat kind te belasten. In een dergelijk geval dient de rechter eerst het verzoek ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.