RvdW 2026/74:Oplichting (meermalen gepleegd) door zich voor te doen als bonafide dakdekker, klanten voorschotten te laten betalen en vervolgens werkzaamheden niet (volledig) uit te voeren, art. 326 lid 1 Sr. 1. Bewijsklachten daderschap van verdachte, grondslagverlating en redengevendheid van bewijsvoering. 2. Kon hof weigeren kennis te nemen van foto, die verdachte bij zijn laatste woord wenste te overleggen? Art. 414 lid 1 (tweede volzin) Sv. 3. Vorderingen benadeelde partijen. Is ’s hofs beslissing op vorderingen b.p.’s begrijpelijk gelet op gemotiveerde betwisting daarvan door verdachte? 4. Strafoplegging (gevangenisstraf van 31 maanden, openbaarmaking van uitspraak en beroepsverbod voor 5 jaren). Wekt oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 31 maanden verbazing? 5. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1., 2., 3. en 4. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 5. HR ambtshalve: Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR 24 mei 2022, NJ 2022/199). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 74, 72, 63, 51, 47 en 53 dagen kan worden toegepast.