Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/54
Herverkaveling. Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) (oud); waardestijging inbrengperceel na peilmoment van art. 27 lid 3 Bilg (oud) maar vóór datum kavelovergang; verrekening via lijst der geldelijke regelingen (LGR)?
HR 05-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1865
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 december 2025
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00162
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Inrichting landelijk gebied
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1865, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:952, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑01‑2025
- Wetingang
Art. 68Wilg (oud); art. 27Bilg (oud)
Essentie
Herverkaveling. Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) (oud); waardestijging inbrengperceel na peilmoment van art. 27lid 3Bilg (oud) maar vóór datum kavelovergang; verrekening via lijst der geldelijke regelingen (LGR)?
Samenvatting
Ingevolge art. 27lid 3Bilg (oud) wordt bij de waardering van de overige verrekenposten, waaronder een niet-agrarische meerwaarde, uitgegaan van de situatie bij de terinzagelegging van het ontwerpruilplan. Aangenomen moet worden dat de ratio van dit peilmoment erin is gelegen dat een rechthebbende aan wie andere grond wordt toebedeeld dan hij heeft ingebracht, bij zijn beslissing of hij al ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.