Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/59
OM-cassatie. Wet voorziet niet in beslissing van rechter om bij oordeel dat vordering tot onttrekking moet worden afgewezen, teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten. De afwijzing is, nu op de telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen, ook niet begrijpelijk.
HR 02-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1717
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 december 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
24/03509 B
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1717, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:865, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. Het oordeel van de rechtbank dat de wet voorziet in een beslissing dat de rechter, als hij oordeelt dat de vordering tot onttrekking moet worden afgewezen, de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelast, is onjuist.
De afwijzing van de vordering is, gelet op de vaststelling dat op de telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen, ook niet begrijpelijk.
Samenvatting
OM-cassatie. De rechtbank heeft — op de grond dat op de inbeslaggenomen telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen — overwogen dat de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de telefoon in beginsel voor toewijzing vatbaar is. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.