Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/4.4
4.4 Voorwaardelijkheid van de levering
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS399944:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Schoordijk 1959, p. 15, Mijnssen 1983, p. 348, Mijnssen & Schut 1984, p. 58-59, Bakels 1984, p. 481-482 en F.B. Bakels, ‘Naschrift’, WPNR 1985 (5724), p. 26, Schoordijk 1986, p. 275 en p. 306-308, Nieskens- Isphording 1996, p. 65, Peter 2007, p. 139-140, Struycken 2007, p. 553 en Heyman & Bartels 2017, p. 260. Zie ook Stolz 2015, p. 994, zij het aarzelend. Volgens hem heeft voorwaardelijkheid van de levering, in het bijzonder de goederenrechtelijke overeenkomst de beste papieren, maar biedt geen enkele constructie een volledige verklaring voor alle aspecten van de goederenrechtelijke werking (zie i.h.b. Stolz 2015, p. 1019). Daarnaast zijn er auteurs die de voorwaardelijke levering naast andere constructies voor mogelijk houden. Zo leiden een levering op basis een voorwaardelijke verbintenis en een voorwaardelijke levering op grond van een onvoorwaardelijke verbintenis volgens Hartkamp 2005, p. 111 tot hetzelfde rechtsgevolg. In gelijke zin: Rank-Berenschot 1992, p. 229-230. Zie ook Hijma & Olthof 2014, p. 96 (die ook nog de mogelijkheid van een voorwaardelijke goederenrechtelijke gerechtigdheid noemen). Snijders (Snijders & Rank-Berenschot 2012, nr. 413) lijkt zowel de mogelijkheid van een voorwaardelijke verbintenis als een voorwaardelijke levering te erkennen. Uit diens opmerkingen lijkt te moeten worden afgeleid dat hij ervan uitgaat dat zowel aan de verbintenis die de titel vormt als aan de levering een voorwaarde wordt verbonden. Vgl. ook in die richting Fesevur 2005, p. 240.
Faber 2007, p. 37.
Scheltema 2003, p. 312, voetnoot 17, Faber 2007, p. 39-40 en Reehuis 2010, nr. 5.
In de Toelichting-Meijers worden de begrippen levering en overdracht soms door elkaar gebruikt. Later is men deze begrippen scherp gaan onderscheiden. Zie M.v.A. II.,Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 308. Zie Mijnssen & Schut 1984, p. 62 en de literatuur genoemd in de vorige voetnoot. Stolz 2015, p. 927 meent daarentegen dat waar overdracht wordt bedoeld in de Toelichting-Meijers, altijd levering in de huidige betekenis van dit begrip is bedoeld. Ik heb daarvoor geen aanknopingspunten kunnen vinden. Veeleer werden de begrippen levering en overdracht door elkaar gebruikt. Zie bijv. T.M., Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 318, alwaar wordt gesproken van een levering onder voorwaarde terwijl in T.M., Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 185 van een overdracht onder voorwaarde wordt gesproken, zonder dat daarmee andere figuren lijken te worden bedoeld. Zie ook de Notulen van de op 20 september 1951 ten huize van Prof. Meijers gehouden vergadering, te raadplegen in het Nationaal Archief te Den Haag via archiefinventarisnummer 2.09.75 en inventarisnummer 1738, waar Meijers opmerkt: ‘De begripsmatig juiste onderscheiding der termen levering, aflevering, overdracht enz. moet voor het hele ontwerp nog nader bestudeerd worden.’ Zie ook de notitie van W. Snijders d.d. 22 februari 1983 in het kader van de voorbereiding van de Invoeringswet, p. 3 (te raadplegen in het Nationaal Archief te Den Haag via archiefinventarisnummer 2.09.75 en inventarisnummer 657), die over de constructie van de voorwaardelijke levering opmerkt dat sprake is ‘van een misverstand, omdat het in wezen gaat om een voorwaardelijke “overdracht”, zoals gezegd in Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 145’ en dat de andersluidende passages ‘komen uit de groene boeken van Boek 3 en Boek 6, waar het onderscheid tussen overdracht en levering nog niet scherp onder ogen was gezien.’ Dat de wetgever nadien een scherp onderscheid is gaan maken tussen de begrippen levering en overdracht betekent overigens niet dat vervolgens ook altijd de juiste term is gehanteerd. Zo wordt in de M.v.A. II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 1238 opgemerkt dat bij het eigendomsvoorbehoud sprake zou zijn van een levering onder opschortende voorwaarde. Dit berust, gelet op hetgeen aldaar verder te lezen valt, overduidelijk op een verschrijving. Op die plaats keert de wetgever zich namelijk uitdrukkelijk tegen de constructie van het eigendomsvoorbehoud als een voorwaardelijke levering, omdat twijfelachtig zou zijn of de positie van de koper in een zodanig geval wel faillissementsbestendig is.
In de literatuur wordt ook verdedigd dat de constructie van het eigendomsvoorbehoud moet worden verklaard aan de hand van een opschortende voorwaarde die wordt verbonden aan de levering.1 Vaak wordt echter niet geëxpliciteerd wat met de voorwaardelijkheid van de levering precies wordt bedoeld. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat deze constructie bij een aantal auteurs het gevolg is van de verwarring die bestaat over de begrippen levering en overdracht.2
Deze verwarring is een gevolg van het feit dat de term levering onder vigeur van het Oud BW niet alleen werd gebruikt voor de handelingen die nodig zijn om de rechtsovergang te bewerkstelligen maar ook voor de daardoor bewerkstelligde resultaat, namelijk de rechtsovergang. Het begrip levering had daarmee gedeeltelijk ook de betekenis van het begrip overdracht in de terminologie van het huidige wetboek.3 Deze verwarring wordt nog verder gevoed door de parlementaire geschiedenis, waarin de termen levering en overdracht – in ieder geval in de Toelichting-Meijers – niet scherp worden onderscheiden.4 Evenmin verhelderend is de omstandigheid dat een deel van de literatuur onder het begrip levering niet alleen de uitvoeringshandeling begrijpt die nodig is om een overdracht te bewerkstelligen, maar tevens de op overdracht gerichte wilsovereenstemming (de zgn. goederenrechtelijke overeenkomst), zonder dat deze twee aspecten altijd even scherp uiteen worden gehouden. Om verwarring te voorkomen, wordt in het navolgende de door de wet voorschreven uitvoeringshandeling die nodig is om een overdracht te bewerkstelligen, aangeduid als leveringshandeling.
4.4.1 Voorwaardelijke leveringshandeling4.4.2 Voorwaardelijke goederenrechtelijke overeenkomst