Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/9.3.6.9
9.3.6.9 Opties
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366336:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 23. Zie ook De Brauw, Toezicht Financiële Markten (Groene Serie), art. 1:1, aant. 541.6.3 en Nieuwe Weme 2004, p. 140-142.
Hof van Beroep Brussel 19 januari 2010, nrs. 55-66.
Idem, nrs. 119-130. Meer precies oordeelde het Hof (r.o. 129, tweede alinea) – in navolging van de toezichthouder – dat met de optieverlening zowel de feitelijke controle op enig moment kon worden versterkt dan wel in een controle in rechte kon worden omgezet, als een eventueel bod kon worden gedwarsboomd.
De Brauw, Toezicht Financiële Markten (Groene Serie), art. 1:1, aant. 541.6.4.
Zie HFD 25 maart 2010 “Ceo Muller kleiner in Spyker” en 1 april 2010 “Britse zakenpartner helpt ceo Spyker met belang”.
Hiervoor kwam de optie al kort ter sprake (§ 9.3.4). In de regel zal de optie niet tot een biedplicht kunnen leiden; enkel de als gevolg van uitoefening van de optie verworven stemrechten zijn relevant voor de biedplicht. Potentieel stemrecht als gevolg van (call)opties, converteerbare obligaties, etc. wordt niet aangemerkt als stemrecht.1 Een niet-uitgeoefende optie kan wel relevant zijn in een acting in concert-setting. In het IBt-arrest oordeelde het Brusselse Hof van Beroep dat de afspraak tot het verlenen van een calloptie – gezien alle omstandigheden van het geval – aan een aandeelhouder, die reeds beschikte over de feitelijke controle (§ 5.7.1)2 heeft te gelden als onderling overleg met controlebehoud als doel.3 Uiteindelijk ontstaat een biedplicht in Belgie pas als gevolg van daadwerkelijke uitoefening van de optie omdat men daar het verwervingsconcept hanteert (§ 5.7.3).
Het valt niet uit te sluiten dat ook in Nederland het geheel aan afspraken waarvan de optie deel uitmaakt, als samenwerking kan worden aangemerkt die binnen de reikwijdte van acting in concert valt.4 Zonder nadere afspraken, bijvoorbeeld omtrent stemrechtuitoefening of financiering zal dit evenwel niet snel het geval zijn. Zo was het enkele feit bijvoorbeeld dat toenmalig Spyker-CEO Muller in 2010 zijn zeggenschapsbelang onder de 30% bracht door verkoop van een deel aan een Cypriotische entiteit en tegelijkertijd een calloptie op datzelfde deel terugkreeg, op zichzelf onvoldoende om acting in concert aan te nemen.5