Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.2.1
4.2.1 Strafrechtelijke vervolging
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285612:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 3 maart 1881 tot vaststelling van een Wetboek van Strafrecht, Kamerstukken II 1880/81, 10, Stb. 1881, 35. Vroegere stukken zijn gedrukt onder Kamerstukken II 1878/79, 110 en Kamerstukken II 1879/80, 47. In het ontwerp van wet was de strafbepaling nog genummerd art. 291 (Ontwerp van wet, Kamerstukken II 1878/79, 110, nr. 2). Zie uitgebreider: A.J.M. Machielse, commentaar op art. 272 Sr, Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht (online, geraadpleegd op 13 februari 2019).
Behoudens de RW 1917 en de SW 1956.
H.J.B. Sackers, Artikel 272 Sr: zullen we het dan maar geheim gehouden? TBS&H 2021, nr. 2, blz. 154.
Zie: de Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019. Een bestuurlijke boete is een ‘criminal charge’ is de zin van art. 6 EVRM. In het kader van dit onderzoek wordt hierop verder niet ingegaan. Vergelijk: Hoofdstuk 10, par. 3.4 wordt kort ingegaan op de mogelijkheid om schending van de geheimhouding door een onderworpen subject van Categorie II of Categorie III beboetbaar te stellen.
HR (strafkamer) 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:523, r.o. 2.5. Zie uitgebreider: conclusie plv. A-G D.J.M.W. Paridaens van 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:149. Vergelijk: Vaklunch #382: Is het ambtsgeheim geschonden? https://vaklunch.nl/is-het-ambtsgeheim-geschonden (online, geraadpleegd op 29 juli 2020) over het gebruik van gegevens voor ongeoorloofde nevenwerkzaamheden als belastingadviseur, zonder deze bekend te maken aan derden.
O.a.: HR (strafkamer) 11 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2343, FED 2003/320, r.o. 3.5 en HR (strafkamer) 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1135, NJ 2019/417, r.o. 3.4. Zie ook: par. 33 van de voorafgaande conclusie van A-G P.C. Vegter.
Dat neemt niet weg dat het ongeautoriseerd raadplegen van systemen wel kan worden aangemerkt als een integriteitsschending.
Het opzettelijk schenden van de fiscale geheimhoudingsplicht door onderworpen subjecten valt onder de delictsomschrijving van art. 272 Sr.1 Hoewel die strafbepaling al stamt uit 1881 werd, tot de invoering van de AWR, telkens in de diverse materiële belastingwetten een eigen strafbepaling opgenomen.2 Voor een overzicht van de diverse strafbepalingen wordt verwezen naar Appendix B. Sackers ziet een trend waarbij art. 272 Sr de afgelopen jaren tot opmerkelijk veel strafzaken heeft geleid.3 Ook de AP heeft de mogelijkheid om aan individuele werknemers een boete op te leggen voor het niet naleven van hun geheimhoudingsplicht.4 Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het ‘schenden’ van een geheim in de zin van art. 272 Sr moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander die tot kennisneming daarvan onbevoegd is.5 Hiervan is ook sprake ingeval die ander reeds kennis heeft van deze informatie.6 Het enkel ongeautoriseerd raadplegen van systemen – waardoor geheime informatie wordt ontsloten – valt hier derhalve niet onder.7
4.2.1.1 Strafbepalingen in de materiële belastingwetten4.2.1.2 Met de invoering van de AWR naar art. 272 Sr4.2.1.3 Klachtdelict