Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.6.4:6.6.4 Aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.6.4
6.6.4 Aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS301656:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het ontwerp-BW werden de aansprakelijkheid voor roerende zaken, opstallen, dieren en gevaarlijke stoffen op één lijn gesteld: de aansprakelijkheid rustte op de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker.1 Bij de zogeheten ‘Stofkam-Operatie’ in 1983 werd de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen echter geschrapt uit het wetsvoorstel NBW. Zij werd vervolgens in het bredere perspectief van de aansprakelijkheid voor milieuschade geplaatst en keerde terug als onderdeel van de Aanvullingswet 1995.2 Art. 6:181 is duidelijk verbonden met de aansprakelijkheidsregeling van art. 6:175. Lid 3 van art. 6:181 betreft namelijk een uitwerking van art. 6:175 voor gevallen waarin sprake is van terbeschikkingstelling van gevaarlijke stoffen. Dit derde lid van art. 6:181 was eveneens onderdeel van de Aanvullingswet 1995 en is gelijktijdig met de invoering van art. 6:175 aan art. 6:181 toegevoegd. Lid 3 van art. 6:181 is op eenzelfde leest geschoeid als lid 2 van het artikel, dat reeds in 1992 was ingevoerd en betrekking heeft op de terbeschikkingstelling van roerende zaken (art. 6:173), opstallen (art. 6:174) en dieren (art. 6:179). Waar lid 2 van art. 6:181 een regeling geeft in geval van meerdere gebruikers van de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken en dieren, geeft het nadien aan art. 6:181 nog toegevoegde derde lid een regeling in geval van meerdere gebruikers van gevaarlijke stoffen als bedoeld in art. 6:175. Beide leden beogen te bewerkstelligen dat in geval van meerdere bedrijfsmatige gebruikers de aansprakelijkheid steeds op de ‘laatste in de keten’ c.q. de ‘eindgebruiker’ rust.
Opvallend is dat met de toevoeging van lid 3 aan art. 6:181 – in afwijking van lid 1 en 2 van art. 6:181 – de maatstaf ‘beroep of bedrijf’ binnen art. 6:181 werd geïntroduceerd. Nog opvallender acht ik dat deze maatstaf volgens de tekst van lid 3 van art. 6:181 echter enkel geldt voor degene aan wie een gevaarlijke stof ter beschikking wordt gesteld; degene door wie de stof aan een ander ter beschikking gesteld wordt, wordt – in lijn met lid 1 en 2 van art. 6:181 – nog altijd aangeduid met de (enkele) term ‘bedrijf’. Wanneer een bedrijfsmatige gebruiker van een gevaarlijke stof deze op zeker moment voor gebruik ter beschikking stelt aan een beroepsmatige gebruiker daarvan, valt deze situatie onder lid 3 van art. 6:181. Denk bijvoorbeeld aan een apotheker die van een farmaceutisch bedrijf een gevaarlijke stof ter beschikking gesteld krijgt. Worden de stoffen door de apotheker als beroepsbeoefenaar op een bepaald moment weer ter beschikking gesteld aan een ander voor gebruik ter uitoefening van diens ‘beroep of bedrijf’, dan is lid 3 van art. 6:181 naar de letter van deze bepaling niet toepasselijk. Zodoende zou een beroepsmatige gebruiker zich ingevolge lid 3 van art. 6:181 niet meer kunnen ontdoen van de kwalitatieve aansprakelijkheid voor eenmaal aan hem – door een bedrijfsmatige gebruiker – ter beschikking gestelde stoffen, ook niet wanneer die stoffen door de beroepsbeoefenaar alweer aan een ander voor beroeps- of bedrijfsmatig gebruik ter beschikking zijn gesteld. Dit lijkt ongerijmd voor te komen. Het is dan ook interessant na te gaan wat de precieze betekenis is van de maatstaf ‘beroep of bedrijf’ uit lid 3 van art. 6:181, alsmede wat dáárvan dan weer de betekenis is voor het overige art. 6:181 waarin de enkele term ‘bedrijf’ wordt gebezigd.
6.6.4.1 Degene die beroeps- of bedrijfsmatig handelt6.6.4.2 Relevantie voor art. 6:1816.6.4.3 Geen differentiatie ondanks verschillende ‘gevaarsobjecten’6.6.4.4 Het ‘vangnet-argument’