Wijziging van beperkte rechten
Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/4.4.2:4.4.2 Achtergrond
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/4.4.2
4.4.2 Achtergrond
Documentgegevens:
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254161:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. BW Boek 5 1981, p. 328 (MvT) en p. 294 (TM).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
552. Onder het oude recht bepaalde art. 779 Oud BW dat wanneer een erfpachtrecht door het verloop van tijd is geëindigd, het erfpachtrecht niet stilzwijgend wordt vernieuwd, maar bij voortduring kan blijven bestaan tot wederopzegging. Het Ontwerp-Meijers bevatte niet een bepaling zoals art. 5:98 BW vergelijkbaar met art. 779 oud BW, omdat het artikel volgens Meijers in de praktijk tot grote moeilijkheden aanleiding gaf.1 Volgens Meijers kon “[g]ezien de verschillende situaties die zich hier kunnen voordoen en die telkens weer andere oplossingen vorderen, (…) beter aan de rechter worden overgelaten naar billijkheid te beslissen.”2 Uit de memorie van toelichting bij art. 5:98 BW blijkt echter dat als een uitdrukkelijke wetsbepaling omtrent stilzwijgende verlenging ontbreekt, de rechter ook geen grondslag heeft om onder omstandigheden tot een voortduring van het erfpachtrecht te kunnen concluderen. Een wettelijke bepaling werd juist wenselijk gevonden, omdat de eigenaar de zaak anders “rauwelijks” zou kunnen opvorderen, ook als het erfpachtrecht al zekere tijd doorloopt na het einde van de termijn.3