Wijziging van beperkte rechten
Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/4.4.6:4.4.6 Conclusie
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/4.4.6
4.4.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254101:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
563. Via art. 5:98 en art. 5:104 lid 2 jo. art. 5:98 BW loopt een erfpachtrecht of een zelfstandig opstalrecht van rechtswege door als de tijd waarvoor het recht is gevestigd is verstreken en de erfpachter of opstaller de zaak niet op dat tijdstip heeft ontruimd. Het doorlopen van een erfpachtrecht of opstalrecht is een wijziging van de duur van het beperkte recht en daarmee een wijziging van de inhoud. De verlenging van de duur komt van rechtswege tot stand, dus zonder inschrijving van een notariële akte in de openbare registers. Een derde komt geen bescherming toe op grond van art. 3:24 BW bij niet-inschrijving van de verlenging. Dat blijkt overigens niet uitdrukkelijk uit de wet, maar slechts uit de parlementaire geschiedenis. Gelet op de ratio van deze rechtsgrond, bescherming van de erfpachter of opstaller, is het gekozen systeem gerechtvaardigd. Een verlening van de duur kan worden voorkomen door een ‘doen blijken’ van het einde van het beperkte recht. Het ‘doen blijken’ moet worden gekwalificeerd als een rechtshandeling, meer in het bijzonder als een opzegging zonder een vereiste opzeggingstermijn.