Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/4.4.1
4.4.1 Inleiding
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254122:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Vonck, in: GS Zakelijke rechten, art. 5:89 BW 2020, aant. 1. Zie bijv. Rb. Haarlem 10 november 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BP1998, r.o. 7.10.
Dit is bijvoorbeeld af te leiden uit HR 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8242, NJ 2006/338, m.nt. P.A. Stein (Gemeente ’s-Gravenhage/Braber). Zie ook Asser/Bartels & Van Velten 5 2017/220.
HR 26 januari 1979, NJ 1979/452, m.nt. W.M. Kleijn (Van de Waal/Gemeente ’s-Gravenhage). Zie ook Parl. Gesch. BW Boek 5 1981, p. 329 (Eindverslag I).
Parl. Gesch. BW Boek 5 1981, p. 329 (Eindverslag I).
In par. 3.2.3.2 is betoogd dat voor de vrijwillige wijziging van een erfpacht- of opstalrecht de inschrijving van een notariële wijzigingsakte als constitutief vereiste geldt. In par. 2.2.10 en 2.3.9 is betoogd dat een wijziging van een erfpacht- of opstalrecht door de rechter weliswaar plaatsvindt zonder inschrijving van die wijziging in de openbare registers, maar dat zonder inschrijving een derde een beroep kan doen op derdenbescherming.
549. Art. 5:98 BW bepaalt dat een erfpachtrecht blijft doorlopen als de tijd waarvoor het erfpachtrecht is gevestigd is verstreken en de erfpachter de zaak niet op dat tijdstip heeft ontruimd. De bepaling geldt via art. 5:104 lid 2 BW ook voor het zelfstandige recht van opstal.1 Voor toepassing van art. 5:98 BW is ten eerste volgens de tekst van het artikel vereist dat de tijd waarvoor het erfpachtrecht is gevestigd, is verstreken. Art. 5:98 BW is echter ook van toepassing als het erfpachtrecht vanwege een andere oorzaak tenietgaat.2 Voor toepassing van art. 5:98 BW is ten tweede volgens de tekst van het artikel vereist dat de zaak op het tijdstip waarop het erfpachtrecht is geëindigd, niet is ontruimd.
550. Art. 5:98 BW regelt een verlenging van het erfpachtrecht of opstalrecht van rechtswege en is daarmee een grondslag voor wijziging. De verlenging via art. 5:98 BW is een voortzetting van het beperkte recht, geen vernieuwing.3 De verlenging komt tot stand zonder inschrijving van een notariële akte in de openbare registers.4 Een derde wordt niet beschermd via art. 3:24 BW bij niet-inschrijving van de verlenging.5 Het artikel is daardoor als rechtsgrond interessant om te bekijken, omdat het afwijkt van de rechtsgevolgen die gelden in het kader van een vrijwillige wijziging of een wijziging door de rechter.6 Gelet op de ratio van art. 5:98 BW is het gekozen systeem echter gerechtvaardigd.
551. De opzet van deze paragraaf is als volgt. In paragraaf 4.4.2 bespreek ik eerst de achtergrond van de regeling. In paragraaf 4.4.3 komen de rechtsgevolgen aan bod. In paragraaf 4.4.4 bespreek ik de mogelijkheid voor de erfpachter om binnen zes maanden na het einde van het erfpacht- of opstalrecht te doen blijken dat hij het beperkte recht als geëindigd beschouwt. In paragraaf 4.4.5 behandel ik de mogelijkheid het verlengde erfpacht- of opstalrecht te beëindigen via opzegging. Ik sluit af met een conclusie in paragraaf 4.4.6.