Wijziging van beperkte rechten
Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/4.4.5:4.4.5 Opzegging
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/4.4.5
4.4.5 Opzegging
Documentgegevens:
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254082:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. BW Boek 5 1981, p. 328 (MvA II).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
561. Art. 5:98 BW maakt duidelijk dat het verlengde erfpacht- of opstalrecht zowel door de eigenaar als door de erfpachter of opstaller kan worden opgezegd op de wijze en met inachtneming van de termijn vermeld in art. 5:88 BW. Na de termijn van zes maanden kan het erfpacht- of opstalrecht dus nog slechts worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn. Volgens de toelichting bij art. 5:98 BW is hierdoor ook tegemoetgekomen aan de moeilijkheid volgens Meijers dat zich verschillende situaties konden voordoen die telkens een andere oplossing vereisten.1 Blijkens de memorie van toelichting hoefde in eerste instantie alleen voor de eigenaar te worden opgenomen dat het verlengde erfpachtrecht kan worden opgezegd, omdat de erfpachter ingevolge ontwerpartikel 3.4.2.11 eenzijdig afstand zou kunnen doen van zijn recht.2 Dit artikel is echter geschrapt, als gevolg waarvan in art. 5:98 BW ook tot uitdrukking is gebracht dat de erfpachter het verlengde erfpachtrecht kan opzeggen.3 Daaraan staat niet in de weg dat de erfpachter mogelijk op grond van de vestigingsvoorwaarden geen bevoegdheid tot opzegging heeft (vgl. art. 5:87 lid 1 BW).
562. De eigenaar kan de verlenging van het erfpacht- of opstalrecht voorkomen door te laten blijken dat hij haar als geëindigd beschouwt. Gelet op de vorige paragraaf kan het doen blijken plaatsvinden voor het einde van het beperkte recht of binnen zes maanden na het einde van het beperkte recht. De erfpachter of opstaller kan de verlenging van het erfpacht- of opstalrecht voorkomen door de zaak voor het einde van het beperkte recht te ontruimen. De erfpachter of opstaller kan – als hij de zaak niet heeft ontruimd – het verlengde erfpacht- of opstalrecht nog slechts opzeggen op de wijze en met inachtneming van de termijn vermeld in art. 5:88 BW. Vonck wijst erop dat dit problematisch kan zijn in het licht van het retentierecht van art. 5:100 lid 1 BW.4